De toekomst van een generatie ligt in jouw handen

Hét basisprincipe waar onze onderwijsvernieuwing op is gebaseerd, is het rotsvaste geloof dat élk kind kan (en wil) leren. Misschien denk je wel “Ja, dat spreekt toch voor zich?”, maar het is niet enkel een kwestie van woorden, het moet ook een kwestie zijn van daden. Don’t say it, live it. Op dat vlak hebben we overigens op onze school ook nog werk te verrichten. Dat is ook logisch en dat neem ik niemand kwalijk. Er zijn docenten die jarenlang in rapportvergaderingen verkondigd hebben dat “deze leerling het inzicht niet heeft” of “hij harder moet werken”, of docenten die vinden dat je door middel van toetsing een selectie moet maken, zodat duidelijk naar voor komt wie wel of niet het niveau aankan. Het is lastig om in een korte periode plotseling je overtuiging te veranderen én er meteen ook naar te handelen zodat je het bewust (en liefst onbewust) ook gaat uitdragen.

Vroeger zat ik gewoon mee te praten in zo een vergadering en deed ik die uitspraken ook, ik wist gewoon niet beter en zeg nu zelf… het is ook best makkelijk toch? Zolang je de schuld buiten jezelf, je team of je school legt, valt jou niks te verwijten.

“Maar leerlingen hebben toch ook een eigen verantwoordelijkheid, het ligt toch niet enkel aan de docent?” Dat klopt helemaal! Alleen, de enige factor waar jij écht invloed op hebt, ben jezelf. Dát kun je veranderen. Wanneer je zegt dat de leerling harder moet werken (maar je zegt bv. niet hoé) of je zegt dat een leerling het inzicht niet heeft (m.a.w., dit gaat je nooit lukken), dan zeg je eigenlijk dat jij het maximale hebt gedaan en dat er in jouw lesgeven eigenlijk niks verkeerds gebeurt. Wel, newsflash, je kunt áltijd dingen beter doen en zodra je van jezelf vindt dat jij het wel goed voor elkaar hebt en niks hoeft te verbeteren, zou ik me echt afvragen of je niet op zoek moet naar een andere uitdaging. Hoe meer boeken ik lees, hoe meer ik besef dat ik nog zo weinig weet en dat ik zelf nog heel veel winst kan behalen. Teaching takes a lifetime to master, deal with it.

“Teaching takes a lifetime to master.”

Mensen die me al wat beter kennen, weten bv. dat ik helemaal geen voorstander ben van labeltjes. Waarom? Omdat een label te vaak de oorzaak van een probleem buiten het onderwijs legt; het is nu eenmaal zo, we kunnen niks aan dat probleem van die leerling veranderen. Wellicht ligt de oorzaak ook deels buiten jouw schuld (bv. bij dyslexie is er vaak sprake van onvoldoende leesonderwijs op de basisschool), maar dat wil niet zeggen dat het daar stopt. Ik vind dat wanneer je werkelijk gelooft dat élk kind leren en élk kind kan leren lezen, dan hecht je ook niet al te veel waarde aan al die labels, maar help je gewoon een kind dat hulp nodig heeft, label of niet.

Kijk ook bv. naar de capaciteitentests, in heel uitzonderlijke gevallen kunnen ze inzicht geven, maar ze worden naar mijn ervaring zo snel ingezet dat het eerder lijkt alsof we op zoek zijn naar iets wat buiten onszelf ligt, alsof we bevestiging zoeken dat het niet aan ons ligt. Een leerling presteert wat minder? Laten we een capaciteitentest afnemen! I.p.v. eerst te kijken naar het onderwijs dat het kind krijgt, de ondersteuning thuis, het welbevinden op school, …
Waarom nemen we overigens nooit capaciteitentests af bij leerlingen die heel hoog scoren? Zit die dan wel op zijn/haar plaats? Nee, wellicht zijn die scores vooral te wijten aan goede lessen en het feit dat het kind hard werkt (kan ook he, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat er dan een capaciteitentest wordt afgenomen, jullie wel?).

Maar goed, ik schrijf dit blog niet om de labelindustrie aan te kaarten, daar is al genoeg over geschreven. Ik schrijf dit blog met name om het belangrijkste uitgangspunt van ons onderwijs te bespreken, namelijk dat elk kind kan leren en je niet slim of dom geboren wordt.

De voorbije weken heb ik het boek van Richard E. Nisbett gelezen “Intelligence and how to get it.” Ik was namelijk wel benieuwd naar IQ en de invloed van erfelijkheid. Wanneer intelligentie namelijk 100% erfelijk is, heb je in principe weinig meer te vertellen. Telkens wanneer ik een Twitterdraadje met dit onderwerp lees, erger ik me vaak aan de discussies van mensen die beweren dat het écht zus of zo is. Zoals ze in het Frans zeggen: “Je m’en fous”. Ik focus me op het deel waar ik wél invloed op heb.

Dus, voor de mensen die dit blog verder willen lezen, even een paar tips:
– lees je openminded mee: graag! (Dank!)
– wil je me informeren over andere onderzoeken/ goede boeken die een ander standpunt weergeven: graag!
– wil je me vooral overtuigen dat jouw kijk op zaken beter is? : klik rechtsboven op het kruisje.
Ik heb namelijk absoluut geen zin om die ellenlange Twitterdiscussies, die vaak erg zwart/wit gevoerd worden, hier te voeren, máár, ik sta absoluut open voor andere standpunten of literatuur. Geef gerust tips en ik lees ze graag , zodat ik daaruit zelf mijn mening kan vormen/ bijstellen.

De plaats van je wiegje bepaalt mee je IQ

Wat me vooral bijgebleven is uit het boek is dat het uiteraard niet zwart/wit is. Je kunt gewoon geen percentage plakken op de invloed van erfelijkheid op het IQ. Nisbett zegt wel dat mensen met een lagere socio-economische status gemiddeld een lager IQ hebben en dat dat voor het grootste deel te wijten is aan omgevingsfactoren. Erfelijkheid speelt voor deze groep maar een hele kleine rol. Bij mensen uit een hogere sociale klassen speelt erfelijkheid een grotere rol in de onderlinge verschillen, omdat de omgevingsfactoren daar al vaak optimaal zijn.
Wanneer je een kind, geboren in een gezin met een lage SES (sociaal-economische status), opvoedt in een gezin met een hoge SES, dan kan verwacht worden dat het IQ maar liefst 12 punten hoger ligt, tot zelfs 18 punten (blz 32 – 37, “The proof of the importance of Family Environment in Determining IQ”).

Erfelijkheid plaatst ook geen limiet op hoe veranderlijk je hersenen zijn (Lees hiervoor ook bv. het boek “How we learn” van Stanislas Dehaene, een wereld gaat voor je open). De laatste 60 jaar zijn de scores van IQ-tests maar liefst 18 punten gestegen en waarschijnlijk zelfs meer dan 30 punten in de laatste 100 jaar (blz 194). Waarom is dit gebeurd? Er is beter onderwijs en de cultuur is ook veranderd (meer kennisgericht). Die stijging kan onmogelijk verklaard worden door het veranderen van onze genen, want zo snel gaat dit nu eenmaal niet.

Wat kunnen wíj doen?

Zoals ik hierboven al aangaf, ik wil me graag focussen op de zaken waar we wel invloed op hebben. Dus, hoe kun je volgens Nisbett dan je intelligentie (of die van de kinderen) verbeteren?

Thuis en in het onderwijs:
– praat met je kind en ga moeilijke woordenschat hierbij vooral niet uit de weg.
– lees veel voor.
– moedig je kind aan om de omgeving te verkennen.
– moedig je kind aan om zaken te analyseren en te evalueren.
– zorg ervoor dat je kind na school intellectueel stimulerende activiteiten doet. (natuurlijk niet de héle tijd!)
– probeer je kinderen te sturen richting andere kinderen die “slim” zijn als iets goed zien. De invloed van de peer-group wordt steeds belangrijker in de puberteit, dan wil je ook graag dat kinderen bij een groep horen die studeren niet als tijdverspilling ziet.
– leer kinderen zelfbeheersing; kinderen die bovengemiddeld zelfbeheersing hebben, hebben ook een hogere intelligentie (blz 186) en ze presteren academisch ook beter, ongeacht hun intelligentie. Dat is op zich ook te verklaren door het feit dat iemand die zelfbeheersing/ zelfdiscipline heeft, zich ook makkelijker kan zetten tot studeren.
– complimenteer kinderen voor hard werk, niet omdat ze zo slim zijn. Kinderen die vaak gecomplimenteerd worden omdat ze slim zijn, zijn eerder geneigd bij vervolgtaken te kiezen voor eenvoudiger opdrachten, omdat ze graag willen blijven bevestigen dat ze slim zijn. Wanneer ze falen, betekent dit in hun ogen dus dat ze niet slim zijn.
– vermijd het geven van beloningen voor zaken waarvoor kinderen reeds intrinsieke motivatie hebben. Wanneer die intrinsieke motivatie er nog niet is, kunnen beloningen zeker werken om die eerste stap te zetten richting intrinsieke motivatie.
– overtuig leerlingen dat ze controle hebben over hun intelligentie. Het verschil tussen bv. de beter presterende Aziatische landen en de Westerse landen, ligt niet in IQ, maar dat ligt in hard werken en doorzettingsvermogen.

Scholen zorgen er voor dat kinderen slimmer worden (lees ook: “Making kids cleverer” van David Didau). Betere scholen kunnen ervoor zorgen dat kinderen nog slimmer worden. De grootste winst valt te behalen in het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van de leraar voor de klas. Nisbett stelt dat wanneer we de “slechtste” 5% aan leraren elk jaar zouden kunnen vervangen door leraren van gemiddelde kwaliteit, dan zouden de academische prestaties van kinderen ontzettend toenemen in enkele jaren tijd.

Scholen doen ertoe en jij maakt er deel van uit!

Sommige mensen vinden me een beetje te fanatiek wanneer ik bijvoorbeeld stel dat élke minuut van de les telt en je dus niet tijdens je les over het voetbal van vorig weekend moet gaan praten. Of wanneer ik kritiek lever op het feit dat de docent, de belangrijkste factor die invloed heeft op de prestaties van de kinderen, steeds meer een bijrol in het onderwijs krijgt en coach wordt i.p.v. expert.

Hoe intelligenter je bent, hoe langer je op school blijft en hoe langer je op school blijft, hoe intelligenter je wordt.

David Didau “Making kids cleverer”

Hoe meer je leest over de invloed van het onderwijs op intelligentie en daarbij ook op het welzijn van de kinderen later, hun academische prestaties, hun inkomen, hun gezondheid… hoe meer je je realiseert dat datgene wat jij in de klas doet, súperbelangrijk is voor de toekomst van een leerling én hun kinderen later. Als je daadwerkelijk staat voor gelijke kansen, dan moet je er ook voor zorgen dat elke leerling uit jouw klas die kans krijgt. Wanneer je lestijd verspeelt, ontneem je die kinderen die thuis weinig kennis of stimulans meekrijgen, de kans om uit die vicieuze cirkel te komen. Natuurlijk is 1 minuutje in een les verliezen op zich geen ramp, maar wanneer je de insteek hebt om steeds het maximale uit je les te halen, zul je er wel voor zorgen dat je steeds bewust keuzes maakt in de activiteiten die je kiest. Soms is het namelijk wel echt nodig om een keer een goed klasgesprek te voeren.

Wanneer je staat voor gelijke kansen, zorg je ervoor dat je lessen rustig zijn en niet verstoord worden. Overigens kan ik beter zeggen “zorgt je school ervoor dat je lessen rustig zijn en niet verstoord worden”, ik blijf erbij dat dit een taak is van het hele schoolteam en dat dit niet enkel rust op de schouders van een individuele docent.

Al met al is dit blog een pleidooi voor steengoed onderwijs, onderwijs waar elke docent diep vanbinnen ervan overtuigd is dat hij elke leerling mee kan krijgen en dat elke leerling in staat is om te slagen. Natuurlijk zal het niet áltijd lukken, dat is een utopie, maar laten we al vast eens beginnen met de factoren te beïnvloeden waar we invloed op hebben: de kwaliteit van onze lessen en onze overtuigingen over de capaciteiten van een kind.

Gepubliceerd door Gert Verbrugghen

Al jarenlang ben ik gepassioneerd door het onderwijs. Ondertussen sta ik al 15 jaar voor de klas (in 2020). De laatste 5 jaar heb ik me met name verdiept in evidence-informed lesgeven, d.w.z. gebaseerd op onderzoek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

<span>%d</span> bloggers liken dit: