Creëer een brug tussen research en praktijk

Ik postte vandaag een tweet over de zoveelste school die een revolutionaire, toekomstbestendige onderwijsvernieuwing aankondigt. Wanneer je het leest, is het weer van hetzelfde laken een pak. Leerlingen worden meer eigenaar van hun leren. In dit geval bepaalde de docent dan wel de leerdoelen, wat al positief is, enkel moest de leerling wel zelf bepalen hoe hij dit doel zou bereiken. (Succes!) Er zijn natuurlijk ook varianten waarbij de leerling zelf mag bepalen wat hij wil leren, dan denk ik helemaal “Waar zijn we mee bezig?”.

Hoe kun je bepalen wat je wilt leren, als je niet weet dat het er is? Welke leerling gaat zelf bepalen dat hij wil leren over asymptoten of over de etymologie van bepaalde woorden? Welke leerling kan zélf bepalen hoe hij iets het beste leert? Kinderen hebben nood aan een expert die weet welke stof de basis vormt, voor er een volgende stap gezet kan worden. Een expert die een kind kan wijzen op de meest gemaakte fouten, of die stap voor stap de leerstof kan opbouwen. Je gaat een kind toch ook niet leren fietsen door te zeggen “Daar is de fiets, zoek het maar uit.”  

Eigenaarschap, toekomstgericht onderwijs (hebben ze een glazen bol of zo?), leerpleinen, 21e-eeuwse vaardigheden, flexuren, … je ziet het keer op keer voorbij komen, en keer op keer vraag ik me af waar de mensen die hiervoor kiezen al die informatie vandaan halen, waar baseren ze die keuzes op? Dus bij deze eveneens een oproep aan wie dit leest en kiest voor bovenstaande vernieuwingen: reageer aub in de reacties onder het blog met de bronnen. Welke bronnen gebruik je die jou ervan overtuigen dat die vernieuwingen kans van slagen hebben en de kinderen beter onderwijs bieden?

Ik heb ondertussen toch al behoorlijk wat boeken gelezen (ik houd ze hier bij) en in geen enkele van deze boeken staat onderbouwing van al die vernieuwingen die ik hierboven beschrijf. In geen enkele. Overal lees je terug dat de rol van de docent cruciaal is, dat de docent bepalend is voor de resultaten van de kinderen, dat docenten die instructie geven aan de hele groep veel betere resultaten behalen dan docenten die dit niet doen (waarbij niet gezegd wordt dat iedereen constant EDI moet doen in de les, absoluut niet). Lees ik dan telkens de verkeerde boeken? Zijn al die mensen die dit geschreven hebben dan niet goed geïnformeerd?

Ik lees bv. in het boek van Daniel Muijs en David Reynolds “Effective teaching, evidence and practice” over onderzoeken die vaststelden dat “de meer effectieve leraren (dat zijn de leraren van wie de leerlingen een grotere vooruitgang boekten op de gestandaardiseerde testen) gaven eerder actief les aan de hele klas, ze spendeerden significant meer tijd dan de minder effectieve leraren aan het expliciet uitleggen, demonstreren en de interactie aangaan met de klas.”[1]
Vanaf blz 36 tot 53 wordt haarfijn uitgelegd, met talloze verwijzingen naar langlopende onderzoeken (bv. project Follow-through, the ORACLE project, the Junior School Project of Baltimore, …) wat effectieve docenten precies doen. Nou, geen van die hippe vernieuwingen sluit daarbij aan. Is het dan gek dat ik me een beetje achter de oren ga krabben? Dit is dan nog maar een voorbeeld van één boek, ik kan er nog tientallen opnoemen.

In de aanval?

Op Twitter kies ik er altijd voor om geen scholen op zich te bekritiseren. Ik uit kritiek op de keuzes die gemaakt worden in onderwijsland, niet op individuele scholen.

Ik ben er namelijk ook echt van overtuigd dat het overgrote deel van de mensen die deze keuzes maken, gewoon niet beschikt over goede informatie (waarbij ik er nu even vanuit ga dat ik wel de goede info heb). Het klopt, “the road to hell is paved with good intentions” en het lastige is dat je in het onderwijs nooit écht het resultaat op lange termijn ziet. Wanneer een dokter een fout maakt, ziet hij dat meteen terug bij zijn patiënt. In het onderwijs heeft een leerling al lang de school verlaten. Ik pleit dan ook voor het monitoren en bijhouden van wat leerlingen doen nadat ze je school verlaten. Slagen ze bv. meteen voor hun vervolgopleiding of vallen er veel uit? Naar welke richting stromen je leerlingen uit? Hoeveel jaar doen ze over hun studie? Al die info zegt wat over jouw onderwijs.

Nu zijn er ook zeker onderwijskundigen die al die vernieuwingen promoten, maar goed, iedereen kan zich tegenwoordig onderwijskundige of adviseur noemen. Wellicht heeft dit ook te maken met “the illusion of knowledge” en onze liefde voor mensen die vertrouwen uitstralen; the fault lies not in our confidence, but in our love of confidence. Het lijkt er namelijk op dat we een voorkeur geven aan het advies van ‘experts’ die zich gedragen – of die dit daadwerkelijk geloven – alsof ze meer weten dan ze in werkelijkheid weten. (The invisible Monkey, Chabris & Simons, p 147). 

Ga je liever bij een arts die meteen met veel overtuiging een diagnose stelt en je meteen een behandeling voorschrijft? Of ga je liever bij een arts die wat meer twijfelt en zegt dat hij/zij eerst wat meer informatie wil opzoeken? Onderzoek laat zien dat de meeste mensen voorkeur geven aan de eerste arts, terwijl de tweede arts vaker een betere beslissing neemt.[2]  

Dus het kan best dat je geadviseerd wordt door iemand die met heel vertrouwen ergens over praat, terwijl die persoon eigenlijk zelf niet over de juiste kennis beschikt (en zich daar al dan niet van bewust is). We geloven eerder mensen die met vertrouwen praten, dan iemand die toch wat minder zeker overkomt.

Waarom zou je dan als leidinggevende twijfelen aan iemand die zo overtuigend een verhaal komt vertellen? Ik snap het wel hoor, echter is het dan natuurlijk wel de taak van die mensen om zoveel mogelijk bronnen te raadplegen (en dan ligt weer de confirmation bias op de loer, waarbij je op zoek gaat naar info die jouw standpunt bevestigt).

Ik ben me er wel degelijk van bewust dat ik ook niet alle wijsheid in pacht heb en dat ik ook onderhevig kan zijn aan die confirmation bias, maar ik vraag me oprecht af waar al die anderen dan hun wijsheid vandaan halen, waar ze al die vernieuwingen op baseren. In mijn bibliotheek staat het niet…en daar staat ondertussen toch al heel wat in.

Vernieuwen ≠ verbeteren

In al mijn jaren (16 ondertussen) heb ik al behoorlijk wat vernieuwingen meegemaakt. Ik denk dat de meeste docenten die dit lezen het ermee eens zijn dat je vaak niet eens de kans hebt om een vernieuwing goed neer te zetten, voor de volgende vernieuwing zich al weer aankondigt. Het is gewoon belachelijk eigenlijk. Op die manier word je nooit ergens écht goed in. Waarom wordt er niet ingezet op verbetering? Als je toch zo overtuigd bent van je keuzes, waarom kun je dan niet minstens 10-15 jaar lang op dezelfde manier lesgeven en telkens de details bijschaven zodat je lessen (en je schoolsysteem) steeds effectiever worden. Waarom kan dat niet? Waar komt die drang vandaan om steeds weer iets totaal anders te gaan doen? Nu gaan we weer werken met leerdoelen, dan met competenties, dan met een docent als coach, dan gaan we weer uren van bepaalde vakken afhalen zodat we flexuren kunnen creëren, dan gaan we de leerlingen weer een portfolio laten bijhouden, dan… het houdt gewoon niet op.

Het is dan wel eenvoudig om de schuld te leggen bij bestuurders die dan zogezegd op een nieuwe school komen en hun stempel daar willen drukken om vervolgens weer naar een andere school te gaan. Het kan best zijn dat dat een keer gebeurt, maar zeg nu zelf, we láten dat dan ook gebeuren, toch? Als je als docententeam kennis van zaken hebt, laat je je niet zomaar meenemen in een vernieuwing waar je niet achter staat. Dan geef je als team een duidelijk signaal en onderbouw je waarom je niet die kant op wilt. Het is te makkelijk het simpelweg bij het bestuur neer te leggen.

Dus mijn oproep aan leidinggevenden, besturen én docenten: maak een goed gefundeerde keuze, zorg dat je elk aspect van je onderwijs kunt onderbouwen en uitleggen en blíjf bij die keuze. Ga het systeem verbeteren, bijschaven, monitor de opbrengsten.

Ik wil even mijn school als voorbeeld geven. Wij hebben nu gekozen voor een systeem waar de docent de expert is en we klassikale instructie geven. Die keuze zorgt ervoor dat we onze lessen steeds beter en beter kunnen geven. Wanneer je een aspect van deze werkwijze goed onder de knie hebt (bv. dual coding) kun je weer werken aan het volgende aspect, bv. modeling of controle-van-begrip-vragen.  Maar elke verbetering valt binnen dit systeem, binnen die werkwijze. Wanneer we bv. plotseling zouden switchen naar leerpleinen, betekent dit dat je voor een heel groot deel vanaf 0 moet beginnen en dan is het nog maar af te wachten of je resultaat behaalt.

Onderwijswetenschappers: sta op!

Ik denk er heel vaak aan hoe het nu kan dat onderzoek zo vaak totaal genegeerd wordt bij onderwijsvernieuwingen. Uit ervaring weet ik dat heel wat docenten denken dat onderwijswetenschappers te ver van de praktijk staan. “Die mensen komen een keer een lezing of cursus geven, maar ze hebben zelf nog nooit voor de klas gestaan.” Of “Die onderzoeken zijn in een gecontroleerde setting, dat is anders dan in een echte klassituatie.” (die docenten zijn dus niet geïnformeerd over de studies naar de effectiviteit van leraren, die gewoon in de praktijk plaatsvinden)

In mijn beginjaren voor de klas dacht ik dat ook, toen ging ik mee met de groep, ondertussen weet ik wel beter. Hoewel, soms heb ik dat gevoel nog steeds hoor. Soms wordt er wel eens een onderzoek getweet met daarbij het bericht dat het onderwijs meer dit of dat zou moeten doen, waarbij ik dan denk “Ja hoor, mooi in theorie, maar dat lukt je nooit in de praktijk.” Ik denk dan bv. vaak aan al die mooie schema’s, modellen, spinnenwebben, piramides, … sommige geven je zeker een goed beeld van de samenhang van concepten en waar je op moet letten, maar er zijn zoveel van die dingen en ze zijn vaak zo abstract, dat de gemiddelde docent hier naar kijkt en het een dag later weer helemaal vergeten is.

Ondertussen sta ik 16 jaar voor de klas en ik heb eigenlijk nog niet meegemaakt dat een onderwijswetenschapper (of een onderwijsadviseur/ onderwijskundige) aanbiedt om een keer een dagje/ weekje mee te lopen om de praktijk te voelen. Dát zou voor hen ook heel waardevol zijn. Ik hoop dat jullie dit wel al een keer meegemaakt hebben natuurlijk, ik kan hier enkel schrijven vanuit mijn ervaring.

Omdat ik al zoveel boeken heb gelezen én dagelijks voor de klas sta, besef ik steeds meer dat de kloof tussen de onderwijswetenschap en praktijk vaak heel groot is. Het is heel lastig om die theorie goed in praktijk te brengen, omdat je met meerdere factoren rekening moet houden. Het is niet zomaar een kwestie van iets effectiefs invoeren, want als je links aan een radertje draait, verandert er rechts ook vaak iets in het systeem. Bv. als je klassenmanagement of je cultuur op school niet staat, kun je wel effectieve leerstrategieën gebruiken, maar als de kinderen niet kunnen dénken aan de stof omdat ze niet stil willen zijn, dan lijkt het me een beetje zinloos. Je moet met zoveel verschillende factoren rekening houden, dat je naar mijn mening zowel een grondige kennis moet hebben van de dagelijkse praktijk in de klas áls van de theoretische achtergrond om echt goede gefundeerde keuzes te maken. En niet enkel jij, je hele team, want je moet het samen doen!

Het is heel makkelijk om al die vernieuwingen te bekritiseren en mensen te verwijten dat ze verkeerde keuzes maken, echter hebben onderwijswetenschappers daar ook een verantwoordelijkheid in, namelijk mensen te informeren op een toegankelijke manier. Hoe breng je research zo eenvoudig mogelijk in de klas? Hoe overtuig je besturen, leidinggevenden en leraren van de waarde van evidence-informed werken? Ik denk dat je, net zoals bij je leerlingen, moet aansluiten bij hun voorkennis en ook onderwijswetenschappers hebben af en toe last van “the curse of knowledge” (wanneer je expert bent op een bepaald vlak, kun je je moeilijk voorstellen dat iemand anders die kennis niet heeft en wat voor jou heel logisch is, is dat vaak voor anderen niet). Ik denk overigens dat ik daar ook te vaak last van heb…sorry daarvoor :).

De kloof tussen praktijk en research moet verkleind worden, zo simpel is het. Daar ligt een taak voor iedereen die wat van research af weet en zijn steentje wil bijdragen aan het verbeteren van ons onderwijs.

In het VK biedt de website van het EEF (Education Endowment Fund) een goede basis. Je hoeft het echter niet zover te zoeken, de website van ExCel (Expertisecentrum voor effectief leren) van Thomas More biedt ook heel veel info. Je kunt er gratis het boek “Wijze Lessen” downloaden, je kunt zelfs een heel curriculum terugvinden waarbij de verschillende bouwstenen van Wijze Lessen uitgelegd worden, met beeldmateriaal en verwijzingen naar meer info. Stap voor stap, beetje bij beetje, kun je zo research implementeren in je praktijk.

Tot slot

Het frustreert me soms dat ik zoveel onderwijsvernieuwingen ingevoerd zie worden die totaal niet stroken met wat tientallen jaren onderzoek ons leert. Echter kan ik niet veel meer doen dan proberen te informeren en anderen bewust te maken. Ik probeer zelf op die manier mijn steentje bij te dragen, ook via Twitter, echter merk ik dat je op een bepaald moment in een bubbel terechtkomt met mensen die eenzelfde visie hebben. Dat is aan de ene kant mooi, maar anderzijds bereik je dan ook niet de mensen die je wil bereiken. Als je dit blog leest, behoor je wellicht tot die bubbel. Dan kan ik je alleen maar vragen om het blog te delen met mensen waarvan je denkt dat ze nog niét in die bubbel zitten, of vraag hen om mij, of andere inspirerende Twitteraars, te volgen op Twitter, waar zeer regelmatig informatie of tips gedeeld worden.

Laten we wel proberen zoveel mogelijk in gesprek te blijven met de mensen die een andere visie hebben op de inrichting van het onderwijs. We kunnen wel in onze bubbels blijven en samen kritiek leveren op de mensen aan de andere kant, maar daar schieten we niks mee op en het belangrijkste, daar schieten de kinderen ook niks mee op.

Abonneer je op het blog als je op de hoogte wilt blijven van nieuwe posts.
Volg me op Twitter @GertVerbrugghen   


[1] Rosenshine, B. (1979a) Content, Time, and Direct Instruction. In P.L. Peterson en H.J. Walberg (eds) Research on Teaching. Berkeley, CA: McCutchan, pp. 61-4

[2] C.G. Johnson, J.C. LevenKron, A.L. Sackman, and R. Manchester, “Does Physician Uncertainty Affect Patient Satisfaction?” Journal of General Internal Medicine 3 (1988): 144-149

Gepubliceerd door Gert Verbrugghen

Al jarenlang ben ik gepassioneerd door het onderwijs. Ondertussen sta ik al 15 jaar voor de klas (in 2020). De laatste 5 jaar heb ik me met name verdiept in evidence-informed lesgeven, d.w.z. gebaseerd op onderzoek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: