De ingrediënten van een goede school

Ik denk dat ik eerst de titel moet definiëren, want wat is een “goede” school? Wel, ik definieer dit als een school waar de focus ligt op ontzettend goed les geven, waar kinderen dus veel leren zodat ze later volop kansen krijgen om door te stromen naar een vervolgopleiding (lees “kansen”, niet “moeten”). Een school waar het veilig is, waar leraren zich kunnen focussen op het lesgeven, waar leerlingen zich kunnen focussen op het leren. Een school waar elke volwassene gelooft in het kunnen van de leerlingen. Al de rest, zoals welbevinden, sociale contacten, volgt dan vanzelf.

Hoe komt het dat sommige scholen, waar eigenlijk bijna alles tegenzit, toch uitzonderlijk goed presteren en in relatief korte tijd van heel zwak naar excellent gaan? Scholen die een instroom hebben van leerlingen waarvan de ouders laag tot zeer laag (of helemaal niet) zijn opgeleid. Waarvan sommige kinderen zelfs op straat wonen met hun ouders. Scholen die amper geld hebben voor een goed gebouw, of die gelegen zijn in een buurt waar bendegeweld hoogtij viert. Scholen waar leraren het al lang opgegeven hebben en soms zelfs gewoon de krant zitten te lezen tijdens hun les.

Karin Chenoweth ging op bezoek bij die scholen. Ze volgde hen langere tijd. Ze keek gericht naar de instroom, de context, de evolutie, de uitstroom en deed er verslag over in het geweldige boek “Schools that succeed”.  Hoe kan het dat een school waar 80% van de leerlingen uit de armoede komt, toch net zo goed, of zelfs beter, presteert dan scholen waar kinderen uit de middenklasse of hogere klassen zitten?
In een aantal situaties volgde ze mee vanaf het begin, zodat ze het hele proces kon volgen. En misschien verbaast het je niet, maar al deze scholen hadden heel wat met elkaar gemeen.

Hoewel de situaties die ze beschrijft wellicht extremer zijn dan wat we in Nederland of België zien, is het best goed te vergelijken met zwakke scholen die we hier hebben. Nee, we hebben geen problematiek met kinderen die wapens meenemen naar school en dreigen hun leraar om te brengen, maar als je in zo’n situatie een excellente school kunt neerzetten, dan kun je het volgens mij in élke situatie.

Aangezien dit een relatief kort blog is, wat vooral bedoeld is om je te inspireren om verder te lezen, ga ik niet alle statistieken en evoluties van de scholen meenemen. Geloof je het niet? Lees het boek. Geloof je het dan nog niet, lees dan meer boeken.

De magische formule?

Zoals ik net zei, hadden deze scholen heel veel zaken met elkaar gemeen:

– ze waren in detail gefocust op wat de kinderen moesten leren.
– ze werkten samen op het vlak van lesgeven (hoe onderwijzen we dit aan de kinderen).
– ze toetsen regelmatig om te kijken of de kinderen het geleerd hadden.
– ze gebruikten data om patronen te herkennen en instructie aan te passen.
– ze bouwden aan de relatie met de kinderen.

“Tot op dit moment hebben we nog geen enkele school gevonden waar de resultaten van de leerlingen toenamen zonder dat er een getalenteerde leidinggevende was.”

Karin Chenoweth

De leidinggevenden van deze scholen deelden één ontzettend belangrijke overtuiging met elkaar, ze geloofden namelijk sterk in de capaciteiten van ál hun leerlingen, waardoor ze ook hard werkten om ervoor te zorgen dat hun leerlingen succesvol werden.

Wat zie je op zwakke scholen?

Op scholen waar vaak kinderen instromen uit gezinnen met een lage SES, zie je vaak dat de volwassenen en de leerlingen tegenover elkaar staan. Er wordt veel tijd verspild aan eindeloze discussies en ook het wisselen van activiteit of les is een tijdrovende activiteit. Er lopen leerlingen rond die weinig tot geen idee hebben van wat ze later willen doen en die zich niet op hun gemak voelen in de school.  

In de verdere beschrijving van een zwakke school kwamen ook wel een aantal kenmerken terug die ik maar al te goed  herken uit mijn onderwijscarrière. In de personeelskamer werd voornamelijk gepraat over problemen met gedrag en de administratieve werklast. Leraren die beweren dat het in hun eigen klas wel goed loopt, maar geen idee hebben hoe het in de andere lessen gaat. Er zijn veel leerlingen die door de gang lopen en wanneer je de klassen in kijkt, zie je leraren materiaal uitdelen of ophalen, films kijken, pogingen doen om de klas stil te krijgen, of ze zijn zelf met iets bezig terwijl de leerlingen weinig tot niks doen. Al deze zaken zijn niet typisch Amerikaans, ik heb ze ook regelmatig gezien.

In deze zwakke scholen zie je ook weinig tot geen werk van de leerlingen aan de muur. Leidinggevenden zijn soms wel zichtbaar, maar ze worden bedolven onder crisissen die zich ad hoc voordoen. Soms zijn ze helemaal niet zichtbaar. In elk geval ligt hun focus zelden op het verbeteren van wat er in de les gebeurt.  

Daarnaast gaf een schoolleider ook aan dat er vroeger regelmatig vernieuwingen en veranderingen waren, wat eigenlijk een cultuur van onzekerheid creëerde, in plaats van consistentie.

Wat zie je op deze excellente scholen?

Het gebouw

Ik begin even met de basis, namelijk het gebouw waarin je lesgeeft. Zwakke, chaotische scholen zijn vaak smerig. Er is graffiti op de muren, de toiletten zijn smerig, enz…  een school die er zo verwaarloosd uitziet, geeft duidelijk het signaal aan kinderen, ouders en aan de leraren en de rest van het personeel, dat er weinig van ze verwacht wordt en dat ze ook niet op veel ondersteuning moeten rekenen. Dat is ook waarom elke schoolleider die het gebouw in zo’n staat aantrof, ervoor zorgde dat het helemaal spik en span was. Zelfs in de vakantie gingen sommigen zelf schilderen want er mocht geen streepje meer op de muren staan. Het hield dus ook in dat het onderhoud heel goed moest zijn en de schoonmakers, conciërges deel uitmaakten van het team en ook die verantwoordelijkheid voelden.

Het rooster als basis

Persoonlijk had ik niet verwacht dat dit telkens terug zou komen, maar dat was wel het geval. Het rooster werd minutieus onder de loep genomen. Er werd tijd vrijgemaakt om leerlingen bij te spijkeren, om activiteiten te organiseren buiten de lessen om, maar ook voor leraren om samen te komen, lessen voor te bereiden en zich te professionaliseren.

Ik denk dat op de doorsnee school, leraren aangeven wanneer ze beschikbaar zijn, maar op deze scholen ging het net andersom. De leerling stond centraal, het rooster werd perfect passend gemaakt voor hen en de leraren moesten zich vervolgens aanpassen naar dit rooster.

Gedrag

“Beschouw gedrag als een vak”  Gedrag moet je aanleren, onderwijzen; dat wil zeggen instructie, oefenen en herhalen. Voor mij is het ondertussen niks nieuws, lees binnenkort het boek “Regie in de klas” (mijn vertaling van Running the Room van Tom Bennett), alleen blijkt dat nog heel vaak onderschat te worden.

Zorg voor een gedragssysteem dat consequenties gebruikt om leerlingen te onderwijzen, beter te maken, niet om hen zodanig te straffen dat ze uiteindelijk uitvallen. Een assistent-directeur vertelde “discipline is onderwijzen, je wist dat je het goed had gedaan wanneer een leerling je bedankte voor een sanctie.” Dat klinkt waarschijnlijk vreemd voor sommigen, maar als je op zo’n goede, vriendelijke manier kunt uitleggen waarom je een sanctie moet opleggen, zal de leerling hier eerder van leren dan wanneer je de sanctie gewoon oplegt “omdat het de regel is”.

Let op, hoge eisen aan gedrag betekent niet dat je als een dictator in de school moet staan. Vriendelijkheid speelde op elke school een grote rol. Eén van de getuigen vertelde zelf dat een directeur een leerling die in problemen zat met zoveel respect en waardigheid behandelde, dat hij had gezien dat hij een leerling schorste en deze hem daar zelfs voor bedankte.

Een van de schoolleiders schorste in zijn eerste jaar regelmatig leerlingen. Hij had een behoorlijk strikte aanpak op het vlak van discipline (dat hadden ze overigens allemaal). Ondertussen is het aantal schorsingen met ¾ verminderd, maar het gebeurt nog steeds.  Echter, zelfs de leerlingen die geschorst zijn, komen naar school voor begeleiding en sessies met een organisatie van buitenaf. De leerlingen worden actief geholpen om het de volgende keer beter te doen. Op een andere school waren de conciërges bijvoorbeeld ook mentor voor een groepje leerlingen. Daarnaast werden af en toe oudere leerlingen ingezet om te functioneren als mentor voor de jongste kinderen.

Niet enkel in de klas lag de lat hoog wat betreft gedrag, ook in de gangen en de rest van het gebouw. Op sommige scholen liepen eerst tig leerlingen door de gang tijdens de les, op weg naar het toilet of gewoon een beetje rondhangen. Dus werden ook de gangen zorgvuldig in de gaten gehouden. Eén school gaf standaard een stapel werk aan leerlingen die rondhingen op de gang. Leerlingen die onrustig naar de kantine liepen, of naar de gymzaal, moesten een week lang hun lunch in de klas eten of ze kregen een week lang gym in hun klas (zal vast geen trefbal geweest zijn). “Het gaat allemaal om de verwachting duidelijk maken” vertelt de directeur. 

In sommige gevallen viel het in het begin ook op dat leraren geen verantwoordelijkheid namen voor het gedrag van de leerlingen. Wangedrag werd al snel doorverwezen naar de directie. Ook dit werd aangepakt. “Eens de leraren en leerlingen alle procedures kenden, daalde het aantal problemen met gedrag aanzienlijk.” Iedereen is verantwoordelijk voor het gedrag op school.

Wat me hierbij opviel is dat het in het begin keihard werken was om die basis op orde te krijgen. Maar eens dat in orde was, daalde het aantal incidenten enorm. Het personeel kreeg weer meer ruimte om zich te focussen op de lessen en niet op alle ad hoc-zaken. Hierdoor gingen leerlingen ook meer leren, voelden ze zich beter op school en zo creëer je vervolgens een positieve cyclus.

Hoge verwachtingen

Het ging hier nooit zomaar om de vage term “hoge verwachtingen”, maar deze scholen hebben een systeem waarin de verwachting dat elke leerling succesvol kan zijn, zichtbaar wordt gemaakt. Daarnaast zorgen ze er natuurlijk ook voor dat ze al die leerlingen helpen om aan de verwachting te voldoen. Hierbij is het dus erg belangrijk dat er ook een systeem is voor extra ondersteuning.

Naarmate de scholen beter werden, gingen ze zich steeds meer focussen op de leerlingen die de lesstof reeds onder de knie hadden. Er werd dus niet enkel een systeem neergezet voor extra ondersteuning, maar ook voor verdieping, echter volgde dit pas later.

Al deze scholen verwachten dat hun leerlingen voldoen aan een hoge standaard op het vlak van prestaties en op het vlak van gedrag, maar, nogmaals, ze beschouwen discipline als een vorm van ondersteuning, in plaats van straf.  Uiteraard wordt een leerling die een wapen of drugs meeneemt naar school, verwijderd van de school, maar dat zijn niet de meest voorkomende zaken. De lichtere foutjes, zoals een grote mond opzetten, instructies niet opvolgen, … worden gezien als een kans om een band op te bouwen met de kinderen, hen te motiveren en duidelijk te maken dat ze verwachten dat de leerling floreert.  De focus lag op de academische behoefte, maar discipline was een middel om aan die behoefte te voldoen.

Daarnaast werden ook de leraren van deze scholen ondersteund om beter om te gaan met leerlingen. Ook van de leraren werd veel verwacht op het vlak van gedrag. Er wordt een voorbeeld gegeven van een leerling die een straf oneerlijk vindt en de reactie van de leraar zorgt ervoor dat de hele situatie snel escaleert. De directeur van die school zorgt er dan voor dat die leerling ondersteuning krijgt in hoe hij de situatie beter had kunnen aanpakken, maar, zonder medeweten van de leerling, gaat hij ook aan de slag met de leraar. Hij bespreekt met de leraar hoe hij de situatie een volgende keer kan de-escaleren en hoe hij ervoor kan zorgen dat de leerling zich gerespecteerd voelt.  De cultuur onder docenten vormt mee de cultuur onder de leerlingen. De schoolleiders zetten echter de verwachtingen neer voor de leraren.

Wanneer je deze scholen binnen liep, zag je ook regelmatig excellent werk van leerlingen, dat geregeld vernieuwd werd. De standaard, de verwachting, werd zichtbaar gemaakt naar alle leerlingen.

De lessen

Op al deze scholen werd ontzettend gedetailleerd gekeken naar wat er in de les gebeurt.  Een schoolleider gaf aan dat leerlingen zoveel mogelijk interacties per minuut moeten hebben met complexe kennis. Hij verwacht van de leraren dat ze alle leerlingen een antwoord laten formuleren op alle vragen die een docent stelt. Dit kan gebeuren door middel van handsignalen, laptops, met elkaar overleggen, klassikaal antwoorden, enz… er worden meerdere methoden gebruikt. Het komt erop neer dat er verwacht wordt dat de leerlingen zo vaak mogelijk met elkaar de interactie aangaan, in plaats van dat ze simpelweg wachten tot de leraar hen een vraag stelt.

Nog een ingreep die door een schoolleider werd ingevoerd, was de eis dat elke les begon met een “Do now”-opdracht. Zodra de leerlingen de klas binnenkomen, moeten ze meteen aan die opdracht beginnen, zodat er geen tijd verloren gaat.  Een les moest daarnaast ook een duidelijk doel hebben, of opgesteld zijn rond één grote vraag (a big question), een link hebben naar voorkennis en verschillende manieren bieden waarmee de leerlingen interactie konden hebben met de stof. En natuurlijk moest de leraar ook technieken gebruiken om te evalueren of de leerlingen de stof geleerd hadden, zodat hij die informatie kon gebruiken voor de volgende stap, namelijk doorgaan met de stof of extra hulp.

Neem je verantwoordelijkheid

Bij elk van deze scholen las ik terug dat de verantwoordelijkheid voor het succes van de leerlingen bij de volwassenen lag. Het is de taak van de leraar om ervoor te zorgen dat de leerling uiteindelijk aan de gestelde eisen voldoet.  “We brengen de paarden naar het water, we openen hun mond, en we gieten de kennis erin.” Je kunt je bedenkingen hebben bij die uitspraak of aanpak, maar het spreekt wel van doorzettingsvermogen.

Wanneer je die verantwoordelijk heel duidelijk bij de leraar legt, wordt het ook al een stuk lastiger om het falen van een leerling toe te schrijven aan de thuissituatie, de capaciteiten, het weer, de schoenmaat, enz…  Dat is iets wat mij persoonlijk mateloos irriteerde tijdens rapportvergaderingen. Wanneer een halve klas onvoldoende had (gelukkig gebeurt dat nu niet meer), durfde een leraar nog te beweren dat de leerlingen niet hard genoeg hadden gewerkt.  Vervolgens zeiden de leerlingen wellicht dat de leraar het niet goed genoeg had uitgelegd…en vervolgens veranderde er niks.

Wat kenmerkend was voor zowel de schoolleider als de leraren op deze scholen, is dat ze allemaal de rotsvaste overtuiging hadden dat elk kind kan leren en kan slagen, zolang ze maar de juiste ondersteuning krijgen.

De leraar

Ook aan de leraren werden hoge eisen gesteld. De schoolleiders verwachtten dat ze zich verdiepten in research, boeken lazen en deelnamen aan professionele leergemeenschappen. Wanneer een docent werd aangenomen, werd duidelijk vermeld dat de verwachting er is dat ze constant beter worden.

Elke school waar het boek over gaat, verwachtte dat leraren gezamenlijk hun lessen voorbereidden.  Bij een specifieke school hielden ze hierbij telkens de volgende vier vragen in het achterhoofd:

– Wat willen we dat de leerlingen leren?
– Hoe weten we dat ze het geleerd hebben?
– Wat doen we wanneer we merken dat een leerling het moeilijk heeft?
– Wat doen we wanneer we merken dat een leerling het al weet?

Er worden dus zeker eisen gesteld aan een leraar, maar er wordt natuurlijk niet verwacht dat ze perfect zijn en foutloos zijn. Ik vond vooral de manier waarop ze naar lage resultaten kijken een echt voorbeeld. Wanneer een leerling een lage score haalde, werd er samen gekeken naar hoe de instructie aangepast kon worden. Het is geen persoonlijk falen van die leraar!

Lesobservaties werden bij zowat elke school expliciet vernoemd als middel om beter te worden. Leraren keken bij elkaar in de lessen en dit werd ook verwacht. Ze keken gericht naar de instructie, de vragen die gesteld werden en vervolgens koppelden ze dit terug.  Dit is een zeer krachtige methode om als team beter te worden, zeker wanneer je allemaal dezelfde visie op onderwijs hebt.

De schoolleider

Kenmerkend voor al de omschreven schoolleiders, is dat ze ontzettend veel onderwijskundige kennis hadden. Het is cruciaal dat deze schoolleiders de morele verplichting voelen om te doen wat goed is voor de kinderen en die zelf behoorlijk wat tijd spenderen aan het begrijpen van research over lesgeven en leren. Een schoolleider beschreef dat hij in het begin constant werd weggeroepen uit de klaslokalen. Hij moest naar vergaderingen, had administratieve taken, werd weggeroepen omdat leerlingen verwijderd werden uit de klas of in de gangen rondzwierven. Deze schoolleider zorgde ervoor dat er systemen kwamen om die problemen op te lossen, zodat hij in de school aanwezig was, met leerlingen kon praten, docenten kon helpen, tips kon geven,…

De visie die deze schoolleiders hebben op onderwijs en op hoe hun school zou moeten functioneren, is werkelijk geweldig.

Er staan ook echter een paar voorbeelden in van situaties waar een school binnen enkele jaren een ontzettende groei had doorgemaakt, tot de schoolleider vertrok, een nieuw iemand in de plaats kwam met een andere visie en nieuwe systemen. Binnen een jaar zag je de gedragsproblemen weer toenemen en de resultaten kelderen. Een enkele school werd een paar jaar later zelfs gesloten. Zo zie je maar, de schoolleider doet er echt toe.

Een constante drang om te verbeteren

Nog iets wat opviel bij al deze scholen, is die constante drive om beter te worden. Er werd steeds weer gekeken naar welke systemen goed liepen en welke verbeterd konden worden. Er werd gebruik gemaakt van data. Wat niet goed functioneerde werd geschrapt, wat wel goed werkte werd behouden of zelfs nog verbeterd.

“Wanneer je denkt dat je er bent, is het tijd om te stoppen.”

Iets wat cruciaal is, en ook regelmatig benoemd wordt, is dat je constant moet monitoren. De kleine dingen kunnen ervoor zorgen dat je snel uit koers raakt.

De grove borstel

Een aantal keer las ik ook dat er echt een flinke reset nodig was. Ik denk dat dit in Nederland of België ondenkbaar is, maar toch wil ik het hier even vermelden om aan te geven hoe extreem het kan zijn.
In enkele situaties werden alle leraren ontslagen en mochten ze allemaal opnieuw solliciteren naar hun baan. Ik vermoed dat dat bij ons CAO-technisch een beetje lastig is, maar de gedachte erachter is in zo een extreme situatie, zeker niet verkeerd. Wanneer je leraren hebt die in de klas enkel video kijken, of hun krant lezen, of simpelweg alle geloof in hun leerlingen zijn verloren én ze niet bereid zijn om te verbeteren, dan kun je daar inderdaad beter afscheid van nemen. De rol van de schoolleider is hierin wederom erg belangrijk.

Extra-curriculaire activiteiten

Zowat elke school zorgde voor activiteiten buiten de lessen om. Er waren toneelclubs, bands, sportteams. Veel van deze kinderen hadden niet de financiële middelen om dit buiten school om te doen, maar dat was niet de enige reden dat de scholen dit deden. Het maakte ook deel uit van het neerzetten van een cultuur, om te voldoen aan het verlangen van de kinderen om ergens deel van uit te maken.  Wanneer je voelt dat je deel uitmaakt van de school, zul je ook gemotiveerder zijn, je zal je eerder identificeren met de gedragsregels, en je voelt je gezien.

Tot slot

Wanneer ik dit soort boeken lees, blijft het mij verbazen dat de kwaliteit van het onderwijs blijft dalen, terwijl we donders goed weten wat werkt en wat niet werkt. Dit is een geweldig boek omdat er meerdere scholen beschreven worden die allemaal slecht presteerden, waar extreme ordeproblemen waren en kinderen eigenlijk rechtstreeks doorstroomden richting armoede. Keer op keer lukte het om de resultaten op indrukwekkende wijze omhoog te krikken, de gedragsproblematiek op te lossen, en een cultuur neer te zetten waar iedereen kan leren, docenten kunnen lesgeven en leerlingen kunnen leren. Daar kun je toch niks op tegen hebben, lijkt me. Het vergde wel hard werken, doorzettingsvermogen en verdomd goed leiderschap.

Toch slagen we erin om telkens aan te komen met nieuwe concepten, zijn ordeproblemen op scholen dagelijkse kost, verliezen we ontzettend veel geweldige leraren omdat ze de werkdruk niet meer aan kunnen of omdat ze gewoon op het vlak van klasmanagement onderuit gaan.  De verwachtingen van onze leerlingen liggen vaak (niet altijd, ik kan niet voor alle scholen spreken!) zo ontzettend laag, zowel op het vlak van gedrag (pfff, ik ben al blij als die leerling stil is), als op het vlak van prestaties.

Misschien lees ik de verkeerde boeken, maar ik heb nog geen enkele casus gelezen over zwakke scholen waar ordeproblemen waren, de resultaten tegenvielen en deze opgelost werden door de leraar in te zetten als coach, de leerling eigenaar te maken van zijn eigen leerproces en klaslokalen om te vormen naar leerpleinen.  Mocht je zo een verhaal weten, post het gerust in de reacties.

Viel het je ook op dat dezelfde zaken op deze scholen terugkwamen? Expliciete directe instructie, de docent als expert, formatief handelen, structuur, rust in de les, hoge verwachtingen,…

Ik hoop dat ik je heb kunnen inspireren om een aantal zaken mee te nemen hieruit, of om meer te gaan lezen! 🙂

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogposts? (uiteraard he) Abonneer je dan op mijn blog.

Volg me op Twitter voor meer Edutweets: @VerbrugghenGert

Gepubliceerd door Gert Verbrugghen

Al jarenlang ben ik gepassioneerd door het onderwijs. Ondertussen sta ik al 15 jaar voor de klas (in 2020). De laatste 5 jaar heb ik me met name verdiept in evidence-informed lesgeven, d.w.z. gebaseerd op onderzoek.

3 gedachten over “De ingrediënten van een goede school

  1. Ha Gert,

    Dank voor dit stuk, mooi om zo te lezen! En tja, het lijkt zo duidelijk allemaal, er is zoveel bekend, en toch lukt het ons in NL om de kwaliteit te laten dalen. Mijn analyse: de waarom/waartoe vraag is bij onderwijsvernieuwingen waar oa jij (terecht) kritisch op bent veel aantrekkelijker verwoord dan de waarom/waartoe vraag in het gedachtengoed zoals jij dat beschrijft. Werken in leerpleinen, samen ontdekken, je vaardigheden ontwikkelen, docent als coach… dat ‘voelt’ allemaal goed, past bij beelden zoals het samen goed willem hebben, recht doen aan talenten etc. De waarom/waartoe vraag in het stuk hierboven wordt eigenlijk in het begin alleen beantwoord met dat kinderen volop kansen krijgen om door te stromen naar een vervolgopleiding. Suggestie: verwoord het hogere doel krachtiger om zo veel sterker te kunnen laten zien wáárom de school nodig is zoals jij die ziet. Bij mij gebeurde dat 15 jaar geleden doordat Kees Vernooy adhv onderzoek liet zien hoe leesvaardigheid impact heeft op je hele leven inclusief levensverwachting. Sindsdien ben ik mega gemotiveerd om leerlingen van steengoede instructie te voorzien, juist ook om ze ‘recht te doen’.

    Like

  2. Heel herkenbaar. Ik volgde je inspirerende lezing over ‘Regie in de Klas’ in Antwerpen online en wil er alles aan doen wat ik kan om via goed klasmanagement de weg te banen naar goed en effectief lesgeven en zo naar een prima schoolcultuur. Ook in een beroepsschool met veel jongeren met een “zware rugzak” is dat mogelijk wanneer we in hen geloven.

    Like

Laat een reactie achter op chrisderboven Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: