Een cultuur neerzetten op school (Deel III): de praktische kant

Jeetje, reeds drie blogs over cultuur en dan met name routines, gedrag en structuur. Is dat dan zo belangrijk? Jazeker, het zorgt voor een veilige sfeer op school waar een leerling zich optimaal kan ontwikkelen en waar een docent zich volop kan focussen op het lesgeven. Samen met de leerlingen bouw je in de loop der jaren iets op, maar als het gedrag op de school en in de klas niet goed is, ben je aan het bouwen op drijfzand.
You permit what you promote, you promote what you permit, daar komt het allemaal op neer.

Wanneer je toelaat dat leerlingen zachtjes fluisteren wanneer jij stilte vraagt, is dat waar de lat ligt vanaf dat moment. Stilte betekent bij jou dus fluisteren. Die lat schuift steeds verder op wanneer je er niet heel goed op let. In klas 3 is “stilte” bij een docent die de regels niet helder heeft als snel “gezellig kletsen” en dan gaat de focus van de les naar het managen van een klas, i.p.v. naar datgene waar een les voor bedoeld is: leren!

Ik ga toch al best wat jaren mee in het onderwijs en altijd was het zo dat een docent zijn eigen regels bepaalde. Het gebeurde dat een leerling bij een collega eruit werd gestuurd omdat hij kauwgum in zijn mond had, terwijl de volgende docent daar gewoon een waarschuwing voor gaf. Heeft een docent een slechte dag? Dan is de kans groter dat de straf iets groter uitvalt. Op een goede dag zie je al iets meer door de vingers. Het zou niet mogen, maar kom, we zijn allemaal mensen.

Eén van de principes in onze werkwijze is dat een docent geen eigen strafwerk mág geven en geen eigen klasregels opstelt w.b. gedrag. Alles is afgedekt door onze afspraken.
We werken enkel met “merits” en “demerits”. We vonden hiervoor geen goede Nederlandse term en “plus- en minpunten” vonden we echt niet goed.

Dus, vertoont een leerling goed gedrag, of wil je iets belonen, dan geef je merits. Gaat een leerling een bepaalde grens over, dan geef je een demerit. Zo simpel is het.

We geven dus ook geen waarschuwingen! Wanneer je een klas van 25 leerlingen hebt, elke leerling een waarschuwing krijgt en ze 7 lesuren op een dag hebben, dan is het in theorie mogelijk dat je maar liefst 175 waarschuwingen geeft op een dag voor één klas. Beetje gek he? Natuurlijk kun je ook zeggen “Laatste waarschuwing!”, maar dan zul je zien dat net die rustige leerling de volgende is die door je heen kletst. Als je het dán laat gaan, kun je je geloofwaardigheid helemaal in de prullenbak gooien.

Dus, geen waarschuwingen, enkel merits en demerits.

We gebruiken hiervoor het Britse programma “Classcharts”. Het is vergelijkbaar met het Nederlandse Classdojo, maar véél uitgebreider.

Het hele systeem is een beloningssysteem, het is geen strafsysteem. Het is veel belangrijker zeer consequent te handelen met kleine strafjes, dan inconsequent met af en toe een grote straf. Toevallig postte Pedro de Bruyckere gisteren hier ook een blog over, wat bevestigt hoe we werken.

Hieronder zie je een afbeelding van de verhouding merits/ demerits voor dit schooljaar.

Je ziet dus dat er veel meer beloond wordt dan gestraft.

De leerlingen weten precies waar ze één demerit voor krijgen, welke overtreding twee demerits kost en welke drie.
Onderstaand lijstje hebben de leerlingen al zeer vaak gezien. Dit zijn allemaal zaken die één demerit kosten.

sdsd

Wanneer een leerling iets niet bij zich heeft wat in principe elke les nodig is (pen, wisbordje, …), kost dit twee demerits en betekent dit automatisch 25′ nablijven (dit leg ik zo uit).
Wanneer een leerling bv. op een tafel tekent of een mobiel bij zich heeft, kost dit drie demerits, wat betekent dat de leerling 50′ moet nablijven.

Een docent klikt in het systeem de naam van de leerling aan (het systeem toont de klasplattegrond, die ik hier niet kan posten i.v.m. privacy van de leerlingen). Hij klikt vervolgens aan wat van toepassing is en de demerit wordt automatisch toegekend. Het is mogelijk om telkens een korte notitie toe te voegen, bv. wanneer je “andere” aanklikt en niet meteen duidelijk is waarom.

Wanneer een docent één demerit geeft, is dit simpelweg een soort waarschuwing en gebeurt er verder niks. Dit is echter niet per docent, een leerling kan slechts één “gratis” demerit halen op een dag! Bij een tweede demerit (bij dezelfde docent of later op de dag), wordt automatisch een blokje van 25′ nablijven op de volgende dag ingepland. Bij een derde demerit op eenzelfde lesdag, wordt dit 50′. Vier demerits wordt 75′ en vijf demerits wordt 100′. Vier of vijf demerits op een dag zijn echt zéér zeldzaam.

Overigens, wanneer een leerling in één les 3 demerits krijgt, moet hij op de gang zitten en zijn kennisoverzichten studeren. Dit is overigens nog maar één keer gebeurd dit jaar.

Het inplannen van het nablijven gaat automatisch, dat is zo ingesteld. Voor “pending” staat de naam en foto van de leerling, die ik hier uiteraard niet kan laten zien.

De surveillant ziet meteen wie er moet zijn. Hij verandert de status dan naar “attended” of gaat “upscalen” als de leerling zonder reden afwezig is. Bij een “upscale” verdubbelt het nablijfblokje naar de volgende dag.

We plannen het nablijven in op de volgende dag, zodat het thuisfront ingelicht kan worden. Ouders hebben echter ook toegang tot het systeem, dus ze kunnen het in principe zien, maar wij hebben er bij ouders op aangedrongen om hun kind niet “live” te volgen. Een leerling moet de kans krijgen om fouten te maken, zonder daar meteen van twee kanten (op school en thuis) een sanctie voor te krijgen.

Maar, het nablijven is geen strafwerk schrijven, absoluut niet! Onze leerlingen hebben voor elk vak kennisoverzichten. Deze kennisoverzichten worden gestudeerd in het nablijfuur. Dit moét a.d.h.v. retrieval practice en ze moeten hierbij schrijven.
Het handige voor de leerlingen is dat ze dit ook als huiswerk moeten doen. Elke dag moeten ze voor twee vakken een half uur een kennisoverzicht leren, ze hebben verder nooit maakwerk. (Over onze werkwijze met huiswerk komt nog een afzonderlijke blog.)

Dit huiswerk kunnen ze in principe dus in het nablijfuur doen. Is het dan nog een straf? Ja en nee. De leerlingen ervaren het als vervelend omdat ze niet met hun vriendjes naar huis kunnen fietsen en omdat ze toch in stilte op school moeten werken, dat is genoeg stimulans om de volgende keer beter op te letten.
Misschien zullen we in klas 2, 3 of 4 moeten zeggen dat ze wel moeten studeren, maar geen huiswerk mogen maken, maar dat zien we dan wel.
Op dit moment is de kleine straf van nablijven genoeg om te zorgen voor heel goed gedrag. Waarom zouden we het dan zwaarder maken?

Noem je dit een beloningssysteem?

Ja hoor, absoluut! Natuurlijk krijgen leerlingen demerits, maar ze krijgen ook heel veel merits!

Het verschil met de demerits is dat de merits niét voorspelbaar zijn. We willen niet dat leerlingen sociaal gewenst gedrag vertonen enkel om merits te verdienen. We stimuleren goed gedrag, maar uiteraard moet het gedrag uiteindelijk de norm worden en moeten leerlingen zich goed gedragen “omdat het zo hoort”.

Wat kun je dan met die merits? Shoppen!
We hebben een beloningswinkel, deze is ingebouwd in Classcharts, en via hun account kunnen leerlingen bestellingen plaatsen.

Ik kan hier uiteraard niet alles posten, maar materialen die elke leerling zou moeten hebben, zijn zeer goedkoop. Elke leerling moet bv. een pen kunnen kopen.
Er zijn ook grotere beloningen waar leerlingen voor moeten sparen. Ze kunnen etui’s kopen, fast lane pass voor in de pauze, filmavond,… Op het moment van schrijven zijn er zelfs 7 eerstejaars mee met een uitstap naar Amsterdam, die ze gekocht hebben met hun merits.

Dat is eigenlijk een beetje de opzet van onze werkwijze. Consequent demerits geven bij bepaald gedrag en goed gedrag belonen.

Het gebruik van Classcharts heeft daarnaast nog veel voordelen. We hoeven niet alles bij te houden in Magister, want alles wordt nauwgezet bijgehouden in Classcharts. Bij een oudergesprek kun je ook precies terugzien waar een leerling winst kan halen.

Daarnaast zie je ook trends terug voor een specifieke leerling:

Wat nog allemaal:
– je ziet exact terug welke docent te veel of te weinig merits/ demerits geeft. We hebben geen target hoor, maar soms zijn docenten te veel gefocust op de demerits en dan geef ik even een seintje.
– je ziet exact terug van welke leerling het gedrag beter/ minder aan het worden is.
– je ziet exact welke leerlingen vaak over het hoofd worden gezien en te weinig merits krijgen (vaak die rustige, stille leerling)
– Classcharts maakt een perfecte klasplattegrond op basis van merits/ demerits. Wanneer leerling x vaak demerits krijgt als hij in de buurt zit van leerling y, dan kan hij hierop de plattegrond aanpassen.
Je kunt de plattegrond overigens helemaal instellen zoals je wilt en hij maakt het automatisch. Sterke leerling/ zwakkere leerling, jongen/ meisje, op basis van gedrag, op basis van zorgbehoefte, vooraan in de klas, ….
– Classcharts neemt alle gegevens mee naar de volgende schooljaren, zodat je ook de perfecte plattegrond krijgt wanneer leerlingen opnieuw ingedeeld worden in een andere klas.

Noot: Ik heb geen aandelen bij Classcharts 🙂

Zijn er dan alleen maar voordelen?

Oh nee, ik denk dat je dit systeem echt niet zomaar kunt invoeren.

De valkuilen op een rijtje:
– je moet héél goed nadenken over de praktijk. Wat wil je precies en wat gebeurt er in welk scenario? Welk gedrag is één demerit, welk twee? We hebben in de loop van het jaar één of twee zaken aangepast hierin, waarbij we zelf vonden dat de sanctie niet gepast was.

– je systeem is zo sterk als de zwakste schakel. Als één docent beslist dit liever niet te doen, krijg je altijd discussie. Bij ons hebben we geen docenten in klas 1 die het niet wíllen gebruiken, we hebben wel enkele docenten die het heel moeilijk vinden om consequent te zijn. Daar werken we aan door bij elkaar op bezoek te gaan en na te bespreken op welke momenten een merit/ demerit gepast was. In de bovenbouw hebben we wel enkele docenten die dit liever niet willen gebruiken, dat zijn enkelingen en hopelijk worden zij overtuigd door het succes in klas 1 (en straks klas 2).

– je hebt mensen nodig die de lat hoog blijven leggen. Op onze school was ik vooral die persoon in het begin, maar ondertussen zijn er meerdere docenten die aangeven wanneer iets minder goed gaat. Ik heb best al wat mailtjes gestuurd over het feit dat docenten strakker moeten handelen. Daarbij spreek ik docenten ook persoonlijk aan, áltijd constructief! Ook ik vind het af en toe lastig om een demerit te geven hoor!
Het fluisteren op de gang is bv. één van de zaken waar we heel goed op moeten blijven letten. Wanneer ik dit weer aanhaal, wordt dit zeer snel opgepikt door de collega’s en ik zie dat het steeds meer automatisme wordt.
Dus je hebt mensen nodig die keer op keer herhalen wat we willen, zodat de docenten uiteindelijk ook een gewoonte kunnen maken van hoe we werken. Verandering gaat niet zomaar in 1, 2, 3!

– Je loopt het risico dat docenten het systeem gaan gebruiken als machtsmiddel. Dat is ook ten strengste verboden! Leerlingen weten dit ook.
Een docent mag nóóit zeggen: “Als je nu in stilte werkt, krijg je een merit.” of “Als je nu niet stil bent, krijg je een demerit.”
Het is geen chantagemiddel! Als een leerling door je heen praat, krijgt hij een demerit, punt. Als een leerling excellent werk levert, krijgt hij wellicht een merit, punt!

– Je staat als team sterk. D.w.z. dat wij op school de afspraak hebben dat een collega nooit een demerit van een andere collega mag weghalen. Dus wanneer een leerling gaat klagen bij zijn mentor, mag hij/zij nooit die demerit weghalen zonder overleg!

– Ouders kunnen soms lastige klanten zijn. Heel veel ouders zijn zeer positief, maar we hebben uiteraard ook enkele kritische ouders die af en toe klagen over demerits. Dan volg ik meestal de raad op van Katharine Birbalsingh “Don’t budge.” Wanneer een leerling niet kan nablijven i.v.m. afspraken, verplaatsen we dit zonder problemen, maar wanneer een ouder het niet eens is met een terechte demerit (bv. huiswerk onvoldoende), laten we dit altijd staan.
We hebben ook naar ouders gecommuniceerd dat ze nooit tegen hun kind moeten zeggen dat ze het niet eens zijn met een demerit. Ze moeten altijd eerst contact opnemen met ons. 99% van de ouders volgt dat advies goed op.

Werkt dit systeem op elke school?
Daar kan ik niet met 100% zekerheid antwoord op geven, maar ik denk het wel. Ik heb jarenlang gewerkt op een school in de Randstad waar gedrag echt een issue was (en docent-afhankelijk). Dit systeem zou daar heel goed zijn voor die leerlingen, enkel zou het daar lastig zijn om alle docenten op één lijn te krijgen.
Mijn persoonlijke overtuiging is dat dit kan werken voor alle niveau’s en alle doelgroepen. Uiteraard kun je gaan spelen met de beloningen of hoe strak je zaken neerzet, maar ook in een havo/ vwo klas wil je toch dat ze stil zijn als je lesgeeft en dat ze actief meedoen en hun spullen bij zich hebben?

Ik hoop dat je een beetje een beeld hebben gekregen van hoe we werken en je bent altijd welkom om het systeem bij ons in de praktijk te komen bekijken.

Mocht je op de hoogte willen blijven van updates, registreer je dan via deze blog of volg me op Twitter: GertVerbrugghen

Wie moet het curriculum bijhouden, jij of de leerling?

Ik gooi er even een blog(je) tussen over een ander aspect dat wij ingevoerd hebben in onze onderwijsvernieuwing, namelijk beheersingsleren.

Het is simpel, we gaan pas verder met de stof wanneer we zien dat de leerlingen klaar zijn om door te gaan. We zeggen niet “We moeten in periode 1 hoofdstuk 1 en 2 gedaan hebben!”. Dat ligt op heel veel scholen (ook bij ons in de bovenbouw) zeer gevoelig. Enkel, die docenten menen vaak dat wanneer ze de stof “behandeld” hebben, de leerlingen die stof ook “geleerd” hebben. Niks is minder waar! Met een proefwerk vlak nadat je de stof hebt behandeld, meet je prestatie. Leren is heel moeilijk meetbaar, maar we spreken in principe van leren zodra er een wijziging is opgetreden in het langetermijngeheugen. Wanneer een leerling jouw leerstof 2 maanden later niet meer zelf kan oproepen, heeft hij het dus niét geleerd! Zelfs al heeft hij een 9.0 gehaald voor het proefwerk.

Ik heb het al eerder gezegd, leren leidt áltijd tot motivatie! Zodra leerlingen het gevoel krijgen dat ze de stof beheersen en dat ze stof van x aantal maanden nog steeds beheersen en vervolgens meer linkjes kunnen leggen, dát motiveert.
Hoe motiverend is het voor een leerling die Hoofdstuk 1 niet snapt, om vervolgens door te gaan naar Hoofdstuk 2 (wat waarschijnlijk verder bouwt op 1) en daar ook de helft niet van te snappen? En niet één periode, maar periode na periode, jaar na jaar…
Vind je het dan gek dat ze gedemotiveerd in de les zitten?

Het mooiste excuus is dan de veelgehoorde uitspraak op rapportvergaderingen: “Deze leerling kan het niveau niet aan.” Natuurlijk, het ligt bij de leerling, lekker makkelijk (sorry voor de cynische bijklank, maar die uitspraken irriteren me mateloos).

Nee, het systeem waarin die leerling zit, zorgt er voor een groot deel voor dat hij het niveau niet aan kan. Als dit zich opbouwt vanaf leerjaar 1, dan heb je uiteraard leerlingen die na een tijdje het niet meer bij kunnen houden. Het onderwijs is toch geen afvalrace? Ik denk ook niet dat iédereen vwo (Latijn in België) aankan, maar ik weet 100% zeker dat we veel meer uit onze leerlingen kunnen halen.

Eigenlijk is de keuze simpel: behandel je 100% van de stof, waarvan de leerlingen uiteindelijk maar 50% onthouden, of behandel je 80% van de stof waarvan ze 70-80% onthouden?

Wanneer je twijfelt aan deze aanpak, stel jezelf dan eens de vraag hoe vaak je leerstof van voorgaande jaren opnieuw moet uitleggen en hoeveel tijd je daar dan niet mee kwijt bent. Als je die tijd kunt besteden aan nieuwe leerstof, zul je uiteindelijk veel verder eindigen.

Misschien heb je al eens gehoord van het Mattheuseffect. Je kent vast de uitspraak “geld maakt geld”. Wie veel geld heeft, kan ook snel meer vergaren. Voor kennis werkt dit exact hetzelfde. Hoe meer kennis je in je langetermijngeheugen hebt, hoe sneller je ook kennis vergaart. Je kunt namelijk de nieuwe kennis steeds linken aan wat je al kent. Dus in het begin gaat het iets langzamer, maar het vergaren kennis steeds sneller.

Onze leerlingen krijgen in principe geen SO’s / proefwerken, behalve in de toetsweek. We hebben 3 toetsweken per jaar.
In toetsweek 1 wordt alle stof getoetst van de eerste periode, in toetsweek 2 wordt alle stof getoetst van periode 1 en 2 en in de laatste periode komt alle stof van het hele jaar aan bod. Dit zullen we doortrekken naar leerjaar 2, waar in de eerste toetsweek ook stof terug zal komen van leerjaar 1, etc ….

We zorgen ervoor dat álle leerlingen bijblijven door formatief te werken. Lessen beginnen met retrieval practice of korte oefentoetsjes, we gebruiken wisbordjes, we hebben af en toe (onaangekondigde!) grotere oefentoetsen die leerlingen zelf nakijken met nakijkmodellen, we gebruiken Socrative, ….
Zodra we zien dat leerlingen dreigen af te haken of iets nog niet helemaal onder de knie hebben, worden ze ingepland in een maatwerkuur. Onze maatwerkuren zijn telkens het eerste uur op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.

Zo zijn er bv. drie maatwerkuren voor Engels, dus een leerling kan in een bepaalde week zomaar 3 uur extra Engels hebben, of wiskunde, of gewoon lekker lezen, of spelling, etc….

Sommige critici waren ook bang dat leerlingen heel gespannen zouden beginnen aan de toetsen, het was tenslotte hun enige cijfer voor die periode.

Absoluut niet! We kregen zelfs berichten van ouders dat ze het vreemd vonden dat hun kind eigenlijk niks had geleerd voor de toetsweek. Als je gewend bent dat kinderen in de stress schieten voor een toets en alles in het hoofd proberen stampen, kan ik me dat voorstellen. Normaal gezien starten rond deze tijd ook onze faalangsttrainingen… dit jaar niet.

Let wel, er zijn leerlingen die natuurlijk nog nerveus zijn voor de toets, dat blijf je behouden, want het is toch een officieel momentje, de tafels staan in toetsopstelling, … persoonlijk zou ik toch altijd wat nerveus zijn voor een toets, zelfs wanneer ik weet dat ik alles beheers. Dat is echter anders dan in de stress zitten of faalangstig zijn.

En de resultaten?

Ik kan je vertellen dat de scores op onze school nog nooit zo goed zijn geweest. Bij Engels lag de norm op 80% goed = 6.0.
Er is geen enkele leerling die op afstromen staat of die zou blijven zitten.

Hebben we dan alle stof “behandeld” die we voorheen ook al hadden behandeld? Sommige vakken niet, maar die geven ook aan dat ze dat inlopen omdat hun methode de jaren erna veel stof herhaalt. Voor Engels loop ik zelfs maanden voor. Mijn leerlingen kunnen nu al wat de leerlingen van vorig jaar pas op het einde van het jaar konden. Dit ligt echter niet enkel aan het beheersingsleren, ook aan de efficiëntie van de lessen (elke minuut telt!) maar ook vooral aan het feit dat ik geen methode meer gebruik en dus al die tijdvullende, flitsende oefeningen/ activiteiten weglaat.

Dit klinkt allemaal heel positief en prachtig, maar zitten er ook nadelen aan? Wel, het enige nadeel ligt bij ons als docent. Wij moeten ons neerleggen bij het feit dat je misschien af en toe iets moet schrappen uit je curriculum of dat je in een bepaalde les toch niet kunt behandelen wat je wou, omdat je leerlingen nog een ander concept niet begrijpen.
Voor de leerlingen heeft dit echt alleen maar voordelen. Ze zijn heel gemotiveerd en zijn er trots op dat ze goede resultaten halen en veel leren. (uiteraard zijn er ook nog enkele die wat minder gemotiveerd zijn hoor, het is niet het onderwijswalhalla bij ons 🙂 )

Dus, ga eens bij jezelf na: Voor wie is dat curriculum nu bestemd? Voor jou als docent, of voor de leerling? Wat heeft een leerling er aan als jij het curriculum volgt, maar hij niet?

Als boekentip hierbij wil ik meegeven: “Teaching for mastery” Marc Mccourt.

Wil je op de hoogte blijven? Abonneer je dan op het blog of volg me op Twitter (GertVerbrugghen).

Een cultuur neerzetten op school (Deel II)

“The curse of knowledge” (de vloek van kennis), misschien heb je hier wel eens van gehoord. Hoe meer je weet, hoe moeilijker het ook is om je in te beelden hoe het was toen je het nog niet wist. Vaak is dit zelfs onmogelijk. Ik durf te wedden dat het je niet lukt om naar deze tekst te kijken, zonder de betekenis te zien i.p.v. enkel de symbolen van de letters.

Ook op het vlak van gedrag lijkt het wel alsof we last hebben van the curse of knowledge. We nemen vaak automatisch aan dat leerlingen wel weten hoe ze zich moeten gedragen. Dat is toch logisch? Je komt toch rustig een klaslokaal binnen? Je bent toch stil als iemand anders praat? Ik weet niet hoe het bij jullie ging vroeger, maar ik ben maar wat blij dat mijn ouders en docenten me dit geleerd hebben. Ik deed dit namelijk niet uit mezelf, weinig kinderen zullen dit doen zonder dat ze het goede voorbeeld hebben gekregen (thuis of op school). Aangezien sommige kinderen die voorbeelden thuis niet hebben, is het onze taak om hen dit te leren.

In al die jaren in het onderwijs heb ik heel veel drukke klassen gezien, ingelaste vergaderingen met “hoe gaan we dit nu weer aanpakken?”, individuele plannen van aanpak,… zelden heb ik zoiets écht effect zien hebben op lange termijn. Meestal was het aanmodderen tot het schooljaar om was. Ik heb het al eerder in mijn blog gezegd, dit gebeurt áltijd met de beste intenties, dus dit is absoluut geen verwijt. Het is gewoon de waan van de dag en je zit in een systeem waarbij er gewoon geen andere optie is. Je loopt meer achter de feiten aan en reageert op problemen wanneer die zich voordoen.

Bij het begin van onze onderwijsvernieuwing kregen we héél veel commentaar op hoe we omgaan met gedrag, vooral van mensen die nog nooit op bezoek waren geweest en nonsensverhalen horen van anderen.
Ondertussen is de overgrote meerderheid van de ouders zéér positief (en de leerlingen overigens ook). Ook de kritiek van de omgeving wordt minder, maar er zullen altijd wel mensen blijven die dit systeem niet goed vinden. Dat is hun volste recht, ik vind sommige andere systemen ook niet goed.

Het grote verschil is dat we nu zeer proactief werken. We wachten niet tot het verstorende gedrag zich voordoet. We zorgen er enerzijds voor dat de kans op dit gedrag zeer klein is door vooraf duidelijk te zijn over de consequenties én door heel duidelijk te laten zien wat we verwachten. “Je komt rustig de klas binnen.” Wat is rustig? Mag je dan praten? Wat de ene rustig vindt, vindt de andere weer redelijk druk. Die grijze zone halen we er zo veel mogelijk uit. Overigens zijn we niet enkel duidelijk over de negatieve consequenties, ook over de positieve! Echter zijn de beloningen onvoorspelbaar om sociaal gewenst gedrag te voorkomen. Later meer daarover.

Ik omschrijf even hoe een lesdag voor onze leerlingen eruit ziet:
Wanneer de eerste bel gaat, komen de leerlingen via de grote trap naar de bovenste verdieping waar ze les hebben. Er zijn meerdere routes naar boven, maar we hebben met hen geoefend welke route ze moeten nemen voor en na de les en tijdens leswisselingen. Wanneer de leerlingen door de klapdeur komen, die toegang geeft tot de gang met lokalen, wordt er gefluisterd. Dat is gewoon de norm die we uitdragen, net zoals je in een ziekenhuisgang of in een kerk ook niet gaat schreeuwen. Als leerlingen leren dat dit de norm is, houden ze zich hier automatisch aan.
Natuurlijk zijn er af en toe leerlingen die wat harder praten, maar daar wordt meteen wat van gezegd door een docent. Roepende, rennende, duwende leerlingen zul je hierdoor niet zien.

In de gang ligt een duidelijke gele lijn in het midden. De leerlingen lopen rechts van die lijn met maximaal twee naast elkaar. Ze hoeven niet in rijtjes te lopen hoor (of hand in hand, zoals sommige kritische buitenstaanders lacherig beweerden), maar ze mogen niet de volledige breedte van de gang gebruiken.
Op deze manier krijg je een zeer veilige omgeving voor iedereen. Als je als kleine, verlegen leerling je een weg moet banen door een groep die de hele gang verspert, ben je blij met deze afspraak. Door rechts te lopen, gaan leswisselingen ook heel vlotjes. Welke docent heeft zich nog nooit een weg moeten banen tussen de leerlingen, op weg naar zijn volgende les? Wel, ook dát voorkom je met zo een maatregel.

Ik kan ook niet genoeg benadrukken dat geen enkele leerling dit gek vindt. Iedereen (ook personeel) loopt nu gewoon automatisch rechts.

Wanneer de leerlingen aankomen bij het lokaal en de docent is er al, mogen ze meteen naar binnen. Als de docent er nog niet is, vormen ze een rij op de aangewezen plaats en wachten ze. Ze mogen dan nog zachtjes fluisteren. Vervolgens komen de kinderen in stilte het lokaal binnen, lopen ze naar hun tafel en pakken meteen alle spullen die ze die les nodig hebben op de tafel (etui, schrift, map/ boek). De les begint namelijk meteen! Soms staat er al een retrieval-oefening op het bord, soms begint de docent meteen met herhalingsvragen, maar een les begint meteen. Ook dit maakt deel uit van de cultuur die we neerzetten op school, élke minuut van de les telt!

Ook tijdens de les hebben we uiteraard routines. We hebben bv. geoefend hoe de leerlingen hun wisbordje omhoog moeten houden zodat de docent het snel kan zien (onder je kin, dus niet hoger, anders ziet de docent de antwoorden er achter niet).
Wanneer leerlingen in mijn les hun spullen mogen opruimen en hun agenda moeten pakken, gebeurt dit óf in stilte, óf ik laat hen een deel van een gedicht opzeggen dat we uit het hoofd hebben geleerd (Little Red Riding Hood). Je denkt misschien dat de leerlingen dit superstreng vinden… en ja, in het begin wel. Nu zijn ze trots dat ze een gedicht kunnen opzeggen terwijl ze terzelfdertijd iets anders doen. Ze hebben ook geleerd dat dit hun werkgeheugen meer belast en dat ik dit opzettelijk doe om het moeilijker te maken.

Onze leerlingen hebben daarnaast allemaal een doorzichtig etui. Ze weten precies wat er in moet zitten. Twee blauwe pennen, twee groene pennen, twee whiteboard-markers, een groene, oranje en gele markeerstift, een liniaaltje, een gum, een potlood. Er zitten dus geen zaken in die niet nodig zijn, waardoor een leerling te lang moet zoeken naar wat nodig is of afgeleid is door een leuk speeltje.
Ook hiervan kun je zeggen “Goh, dat gaat wel erg ver.”, maar best veel leerlingen vinden het erg fijn hoor. Het is gewoon erg duidelijk.
In dit systeem hebben we aandacht voor elk detail, ik durf zelfs te beweren dat details het verschil maken.
Uiteraard zullen er ook etuis zijn waar wat extra potloden in zitten o.i.d., we houden geen wekelijkse etui-controles.

Wanneer een les afgelopen is (de docent geeft les tot de bel gaat), mogen de leerlingen hun spullen opruimen en blijven ze zitten tot de docent een seintje geeft dat ze mogen gaan. Ze stormen dus niet als een groep naar buiten, maar de docent laat hen op deze manier rustig de gang op gaan naar de volgende les.
Dit gaat overigens op dit moment nog niet altijd zo strak hoor, dat hoeft ook niet. Het gaat er om dat ze rustig de gang op gaan en niet staan dringen bij de deur.

Hoe zorgen we nu voor die routines? Wel, voorheen hadden we in de eerste week van het schooljaar met klas 1 een “introductieweek” gevuld met allerlei leuke activiteiten en uitstapjes. Die week hebben we anders ingericht.
Dit is het programma van die week:
–> dinsdag:
– Kennismaking
– Hoe kom ik de klas binnen en gedraag ik me op de gang (wordt geoefend)
– Wat zit er in mijn etui? Hoe gebruiken we wisbordjes?
– Wat is leren? (Hier leggen we uit dat je enkel leert als er een wijziging in je LT-geheugen. We vertellen hen over het werkgeheugen en laten hen de beperking ervan ervaren.)

–> woensdag
– Classcharts: het werken met merits en demerits
– Les in vriendelijkheid, dankbaarheid.
– Maatwerkuren (hier later meer over)

–> donderdag
– sportactiviteit
– Hoe ga je om met conflictsituaties? Wat doe je als je het niet eens bent met een demerit. (We leren hen d.m.v. rollenspellen hoe ze het gesprek met een docent moeten aangaan wanneer ze in hun ogen onterecht een demerit krijgen)

–> Vrijdag
mini-lesjes voor de ouders waarbij de kinderen zelf vertellen aan hun ouders hoe de lessen en routines werken en dit ook met hen oefenen.

Als we zien dat een routine meer herhaling nodig heeft, gebeurt dit in de mentorles. Ook na de herfstvakantie, kerstvakantie, enz… plannen we de eerste twee lesuren in om routines te herhalen en uit te breiden. We herhalen in die twee uur niet enkel saai die routines, maar leren hen ook mnemonics of laten hen een filmpje zien van “Mindfuck” (sociaal experiment over vriendelijkheid en hoe mensen reageren op onbeschoft gedrag), we leren hen het Major System (een systeem om bv. jaartallen te onthouden) of leggen hen uit wat Dual Coding is (de vakdocent pikt dit dan op in de les zelf).

In het voorgaande stukje las je dat we werken met “merits” en “demerits”. De werking van dit systeem is stof voor een volgend blog. Wel wil ik vast een tipje van de sluier oplichten:
We leggen de lat hoog voor de leerlingen en we hebben duidelijke regels, echter durf ik te wedden dat ze veel minder straf krijgen dan op heel wat andere scholen (of dan bij ons vóór dit systeem). We werken namelijk niet met strafregels. Het is zeer onduidelijk wanneer een leerling voor “door de les heen praten” bij de ene docent twee bladzijden straf krijgt en bij de andere slechts een waarschuwing. Dat wordt als zeer oneerlijk ervaren en het zorgt er ook voor dat leerlingen steeds die grens op blijven zoeken bij de docenten die iets minder sterk voor de klas staan.

In het volgende blog leg ik haarfijn uit (hoop ik) hoe we dit aanpakken!

Aanvulling:
Ik plaats ook alle updates op Twitter: GertVerbrugghen (@VerbrugghenGert).

Een cultuur neerzetten op school (deel I)

Na de reacties op de eerste blogpost, kon ik het bijna niet meer maken om geen vervolg meer te schrijven. Ik ben dan ook heel dankbaar dat ik het mag schrijven, wetende dat het ook echt gelezen wordt.

Het betekent dus ook dat ik even een kleine opmerking tussendoor moet maken. We werken evidence-informed en ik kan je met mijn hand op het hart zeggen dat ik de voorbije jaren héél veel heb gelezen, lezingen heb gevolgd, heb gediscussieerd met anderen, etc… Ik kan echter niet bij elke bewering een bronvermelding plaatsen, want dan wordt bloggen mijn hoofdtaak en ik geef nog steeds fulltime les. Je mag uiteraard altijd een reactie achterlaten met de vraag naar aanbevolen literatuur, daar help ik je graag mee verder.

In de eerste post heb ik verteld over onze vier speerpunten (weet je ze nog? Even retrieval practice he). Eén daarvan was de cultuur op school. Dat gaat over veel meer dan gedrag alleen. Het gaat over het neerzetten van een cultuur waarin iemand die hard werkt, niet bekeken wordt als de nerd van de klas. Een cultuur waarin het niet de norm is om je huiswerk niet te maken, maar om het altijd in orde te hebben. Het gaat om de lat hoog leggen wat betreft werk en excellent werk, doorzettingsvermogen, voorbeeldgedrag belonen en in de kijker te zetten, zonder daar anderen mee tekort te doen.

Wat te veel collega’s niet beseffen, is dat zij de norm en dus de cultuur bepalen, niet de leerlingen. Dat doe je uiteraard niet van de ene dag op de andere, na een goede vergadering met nieuwe afspraken. (Herkennen jullie dit? … ik heb die zó vaak gehad! )

Bij het neerzetten van een cultuur is het cruciaal dat je hoge verwachtingen hebt. Bestuursleden moeten hoge verwachtingen hebben van hun teamleiders, teamleiders moeten hoge verwachtingen hebben van hun docenten en docenten moeten hoge verwachtingen hebben van hun leerlingen. Die hoge verwachtingen moeten zich ook situeren op het juiste vlak. Als bestuursleden verwachten dat hun teamleiders alles op het vlak van administratie piekfijn in orde hebben, maar niet dat ze hun docententeam optimaal laten lesgeven, dan heb je hoge verwachtingen op het verkeerde vlak. Als teamleiders verwachten dat hun docenten alle cijfers netjes hebben ingevoerd, de klas rustig houden en Magister verder goed bijhouden, dan heb je hoge verwachtingen op het verkeerde vlak. Als je als docent verwacht dat een leerling zich vooral rustig gedraagt, gewoon zijn huiswerk maakt en goede cijfers haalt, dan heb je simpelweg geen hoge verwachtingen.

Een concreet voorbeeld: In mijn beginjaren kreeg ik vaak hele goede beoordelingen. De leerlingen waren namelijk rustig in mijn les! Nu, zoveel jaren later besef ik dat ik toen helemaal geen goede docent was. Ja, ik kon goed omgaan met leerlingen en een band met hen opbouwen, maar ik ging de methode door om de stof te behandelen, dacht niet na bij mijn didactische keuzes (want die maakte de methode al voor me), gebruikte geen effectieve leerstrategieën en een jaar na mijn lessen, waren de meeste leerlingen weer het meeste vergeten. Ben je dan een goede docent? Sorry, nee, wanneer je jezelf hierin herkent: Er is nog werk aan de winkel. Ben ik nu al een goede docent? Ik ben beter, maar hoe meer je leert over lesgeven, hoe meer je beseft dat je eigenlijk niks weet.

De manier waarop we op onze school de cultuur neerzetten wat betreft excellent werk en hoge verwachtingen w.b. de lessen, is stof voor een ander blog, anders wordt het onoverzichtelijk.

In dit blog ga ik in op het gedrag op school. Ik was eerst van plan om gewoon meteen uit te leggen hoe we dit in de praktijk doen, maar ik kies er voor om dit op te splitsen in een paar blogjes. Het worden anders lange lappen tekst en daar zit niemand op te wachten (aangezien de leesvaardigheid in Nederland is gekelderd, pak ik dit ook voorzichtig aan 😉 ).

In dit deel wil ik eerst uitleggen wáárom we zo sterk inzetten op gedrag, structuur en routines. Zonder te weten waarom, kun je de praktische kant wellicht moeilijker plaatsen en motiveren naar anderen toe. Soms wordt het namelijk geïnterpreteerd alsof we dit doen om het onszelf lekker makkelijk te maken. Wanneer je dat denkt, zit je er flink naast. Het is namelijk niet zo eenvoudig en een rustige groep vraagt om hele goede lessen. Je komt er echt niet mee weg door hen elke les “zelfstandig paragraaf 1+2 en oefeningen” door te laten werken. De lat ligt hoog voor onze leerlingen, maar hij ligt nog hoger voor de docenten.

Eigenlijk is het vreemd dat het onderwerp “gedrag” zo gevoelig ligt. Het lijkt wel alsof structuur bieden en grenzen stellen niet meer van deze tijd zijn. Terwijl de Nederlandse klassen behoren tot de minst ordelijke ter wereld. Een kind heeft recht op weerstand. Je hebt de plicht om als ouder/ docent/ opvoeder grenzen te stellen en de kinderen zelfbeheersing aan te leren.

De basisvoorwaarde voor goede lessen is goed gedrag van de leerlingen. Misschien ben je nog niet bekend met hoe ons werkgeheugen werkt en de beperkingen ervan. Dit is iets waar je als docent echt van op de hoogte moet zijn. Je werkgeheugen is eigenlijk je bewustzijn, hetgeen waar je op dat moment aan denkt. Je kunt ongeveer 5 items in je werkgeheugen hebben (cijfers variëren, sommige zeggen 3, anderen tot 7, hoe dan ook… het is beperkt, m.n. voor nieuwe informatie). Te veel informatie zorgt voor overbelasting en dan stopt het leren. Dit stukje komt wellicht terug in een blog over onze lessen, maar… het is iets waar je als docent ook onderhevig aan bent.

Het is onmogelijk een goede les te geven wanneer je keer op keer kleine ordeverstoringen moet corrigeren. Je kunt niet multitasken, dus wanneer je bezig bent met het aanspreken en corrigeren van leerlingen die je les verstoren, kun je niet nadenken over welke verdiepingsvraag je gaat stellen. Je kunt niet nadenken over welke misconceptie er is ontstaan bij leerling x en wat je volgende stap in het proces gaat zijn.
Multitasken bestaat niet, het enige wat je kunt doen is constant switchen van taak. Dat gaat niet enkel ten koste van tijd, maar ook van kwaliteit (de switching cost). Misschien heb je het gevoel dat je het allemaal wel kunt managen, wel, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik er respect voor heb! Ik garandeer je echter, zonder al die verstoringen, zou je nog veel beter kunnen lesgeven en zoals de titel van het blog ook luidt: “Elke leerling heeft recht op het béste onderwijs.”

Dat is dus al een belangrijke reden, waarom goed gedrag in de les zo belangrijk is. Een leerling heeft niet enkel het recht op het beste onderwijs, een docent heeft ook het recht om de beste lessen te kúnnen geven. Dat is niet iets waar een individuele docent verantwoordelijk voor moet zijn, dat is iets wat je als school moet uitdragen en een cultuur die je moet neerzetten. Wanneer een docent een klas niet in de hand kan houden, moet je niet in eerste instantie naar die docent kijken, wél naar de cultuur waarin het blijkbaar mogelijk is dat leerlingen zich zo misdragen.

In onze lessen kan een docent zich 100% focussen op hoe hij/ zij lesgeeft. Beginnende docenten krijgen vaak tips hoe ze de klas stil moeten krijgen en kunnen beginnen. Sommige slagen daar dan in, sommige niet en de rest van de les blijft rumoerig. Wie is daar het slachtoffer van? De leerling, die leert weinig en gedemotiveerd raakt en gedragsproblemen gaat vertonen. Wanneer leerlingen het gevoel hebben dat ze leren en de stof beheersen, motiveert dat altijd. Élk kind wil leren, zelfs die drukke, vervelende, onbeschofte, irritante, … Goede lessen kunnen geven is dus de basis, want het motiveert je leerlingen, je krijgt minder gedragsproblemen, waardoor ze beter leren en gemotiveerder raken en ….

Wanneer je bij ons door de gang loopt, hoor je docenten uitleggen, leerlingen klassikaal antwoorden, je ziet wisbordjes, je ziet ze in stilte werken, je ziet ze overleggen, …
Wat je niet ziet (hoort), zijn docenten die om aandacht vragen of de klas stil proberen krijgen. Je hoort een docent niet zeggen “Dit is je laatste waarschuwing”, “Wil je nu even stil zijn”, “Ik zei toch dat je je spullen moest pakken?” Niks van dat.

De hoofdreden voor het neerzetten van deze cultuur is dus uiteraard wat ik hierboven omschrijf. De docent geeft goede lessen en de time on task is optimaal. Élke minuut van de les telt. Het klinkt misschien vervelend voor sommigen, maar in de lessen worden niet de voetbalwedstrijden van vorig weekend besproken. Wanneer je zo slordig omgaat met je lestijd, geef je ook het signaal aan je leerlingen dat niet elke minuut telt en dan zullen ze uiteraard ook vaker proberen gezellig te kletsen en jou af te leiden.
Wanneer de cultuur zo is dat ook echt élke minuut telt, heb je dit niet. “Maar je moet toch ook een band met hen opbouwen?” Natuurlijk, na de les over koetjes en kalfjes praten, tijdens de les samen werken om het doel te bereiken, dát schept een band!

Maar, er zijn nog extraatjes die je krijgt wanneer je een goede cultuur neerzet. Het aantal burn-outs in het onderwijs is hoog. Dat heeft te maken met werkdruk, maar dat heeft ook zeker te maken met docenten die klassen niet meer in de hand kunnen houden. Je moet maar één moeilijke klas per week hebben en dit kan een stempel zetten op je hele werkweek. Dat is mentaal erg zwaar.

In een school die het gedrag op orde heeft, is het personeel gelukkiger en wordt er minder werkdruk ervaren, maar niet enkel dat, je vindt ook sneller nieuw personeel. Als jij als sollicitant kunt kiezen voor een school waar je voor de leeuwen (leeuwtjes) gegooid wordt of je kunt kiezen voor een school waar er rust is en je gewoon kunt lesgeven, dan zou ik het wel weten. Dat is niet alleen een voordeel voor ons, maar ook voor de leerlingen. Want als wij kunnen kiezen uit meerdere docenten die bij ons willen werken, kunnen we ook de beste docenten kiezen, zodat onze leerlingen weer de beste lessen krijgen. Ik gun het echter elke school hoor, maar ik heb liever dat de didactisch zwakke docenten die zich niet echt willen verdiepen, gaan werken op een school waar ze lekker kunnen coachen.

Nog een voordeel, wat we nu merken, is het aantal opvallende leerlingen. We hebben 167 leerlingen en er is 1 leerling die echt moeite heeft met het systeem. We bieden deze leerling uiteraard extra begeleiding, maar 1 leerling op 167 leerlingen? Dat is heel goed. We hebben leerlingen met een autismespectrumstoornis, we hebben leerlingen met ADHD, we hebben leerlingen die thuis weinig ondersteuning krijgen of weinig grenzen opgelegd krijgen… en ze doen het prima. Er zijn ook een aantal leerlingen waarbij we vanuit de basisschool te horen kregen dat ze niet in het regulier onderwijs zouden passen, of snel agressief worden (tegenwoordig heet dat vaak ‘een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben’). Deze leerlingen doen het gewoon goed, sommige zorgleerlingen zijn ook gestopt met extra begeleiding. Het is echt ontzettend mooi te zien hoe rust en structuur meer ruimte geeft aan de kinderen om zich te ontwikkelen.

Natuurlijk gaan sommige leerlingen af en toe de fout in, maar hoe we dat aanpakken, lees je in het volgende blog (de praktische kant). Ik kan je vast verklappen dat we hierbij werken met kleine, maar zeer consequente sancties en uiteraard belonen!!

In het volgende blogje zal ik dus de praktische kant van ons gedragssysteem (= beloningssysteem) bespreken. Ik denk dat veel mensen die het blog volgen dit graag willen weten. Het is echter heel belangrijk dat het gaat om het hele systeem. Ons gedragssysteem is waardeloos zonder goede lessen, zonder het beheersingsleren, zonder het formatieve werken, zonder het hebben van hoge verwachtingen, …. Het klikt in elkaar als een mooi bouwpakket en het versterkt elkaar. Haal je één aspect weg, dan verzwak je een ander deel.

Voor wie meer wil lezen over het neerzetten van een cultuur op school, verwijs ik je ook graag naar het rapport dat Tom Bennett geschreven heeft: “Creating a culture: How school leaders can optimise behaviour”.




Een onderwijsvernieuwing die wel werkt?

Welkom op mijn eerste blogje. Ik ben me ervan bewust dat er heel veel goede onderwijsblogs zijn en ik geloof nooit dat ik aan de knieën zal komen van die mooie blogs van bv. Pedro de Bruyckere, Paul Kirschner, Martin Ringenaldus, Tom Sherrington, Martin Bootsma, Bertus Meijer en vele anderen (excuus als jouw naam er niet tussen staat, het betekent niet dat ik je blog niet lees).

Het doel van deze blog is vooral zoveel mogelijk mensen meenemen in onze onderwijsvernieuwing en informeren over hoe je evidence-informed kunt werken in het VO én wat de gevolgen daarvan zijn in de praktijk.

Ik werk op een mavo school met ongeveer 650 leerlingen. Zoals zovele scholen in onze regio, moest onze school ook “vernieuwen”. In onze regio is er een krimp, desondanks blijven onze leerlingaantallen heel stabiel en zijn de resultaten goed. Onze school heeft een zeer goede naam in de regio en leerlingen fietsen soms 20km om bij ons de lessen te kunnen volgen.

Why would you change a winning team? Wel, vanuit onze directie was er enthousiasme om de stap te zetten naar gepersonaliseerd leren. We moeten ons namelijk blijven profileren in de regio (wat eigenlijk geen profileren is, want alle andere scholen doen het ook). Vanuit hun kant was er dus aanzet om te vernieuwen. Echter, ondanks onze goede naam en die mooie resultaten, zagen onze docenten ook wel dat er iets moest gebeuren. Leerlingen van de bovenbouw waren zeer ongemotiveerd en de slagingspercentages waren vooral te wijten aan het harde werk van docenten. Jaar na jaar zie ik zelf ook dat het lesgeven in de bovenbouw steeds moeilijker wordt, tenzij je het geluk hebt dat er een “goede lichting” is.

Al vanaf het moment dat ik lesgeef, nu 15 jaar geleden, lees ik heel veel boeken over het onderwijs. De laatste 4-5 jaar zijn die boeken vooral evidence-informed. Ik heb heel wat boeken gelezen van docenten die promoten wat werkt voor hen (ik noem hier geen namen) en daar een aardig zakcentje mee verdienen. Echter, dat werkt niet bij docent A in context B en de problematiek blijft hetzelfde.

Het frustrerende van niet onderbouwde boeken, is dat je in boek A kunt lezen dat een bepaalde manier van werken motiveert, terwijl in boek B weer gezegd wordt dat je het beter op manier x kunt doen. Het blijft dus een kwestie van proberen en experimenteren met de kinderen. Altijd met de beste intenties, maar nooit met een effect op lange termijn.
Bij de evidence-informed boeken is er altijd heel veel consensus. Je zult niet vaak lezen dat in boek A iets gezegd wordt om vervolgens in boek B te lezen dat dit helemaal niet zo is.

Toen ik hoorde van het bezoek van onze kerngroepleiders aan Finland en dat er een werkgroep opgezet werd die scholen met een dergelijk systeem ging bezoeken, gingen bij mij de alarmbellen rinkelen. Ondertussen had ik wel een aardig goed beeld in mijn hoofd hoe we ons onderwijs konden verbeteren en onze leerlingen gemotiveerd konden krijgen. Dus ik had de keuze… of ik ga op zoek naar een andere school, waar ze geen gepersonaliseerd onderwijs geven, of ik zet alles op alles om dit te keren.

Ik begon artikeltjes door te sturen naar de KGL (en hij weer naar de directie), onder meer een lezing van Erik Meester, waar het constructivisme met goede argumenten onder vuur wordt genomen. Mijn KGL was al snel overtuigd en ging volop mee in het lezen en het proberen overtuigen van onze directie.

De grote misconceptie die bij veel docenten en besturen heerst, is dat je door het onderwijs aan te passen, de leerling meer zou motiveren. Dat is absoluut niet waar. Het heeft wel effect op de hele korte termijn, aangezien alle nieuwe zaken wel even werken …vooral door het enthousiasme van docenten.

Het kantelpunt was eigenlijk in januari 2019 waar ik het hele systeem dat ik in gedachten had, presenteerde aan de collega’s. De eerste dia was geïnspireerd door het boek van Eva Naaijkens “En wat als we nou gewoon weer eens gingen lesgeven?”. Wat wil een docent nog liever dan gewoon lesgeven? Een docent wil helemaal geen coach zijn of bezig zijn met allerlei randzaken, een docent wil lesgeven. Daar zouden we voor zorgen.

In onze vernieuwing (als je het zo mag noemen) gaan we uit van 4 speerpunten.

1. We werken evidence-informed
Moet alles dan wetenschappelijk onderzocht zijn en onderbouwd zijn? Ja en nee. Er is al heel veel bekend over hoe mensen leren en wat wel en niet werkt. Je doet leerlingen echt tekort door daar geen gebruik van te maken.
Uiteraard kan de wetenschap niet alles beantwoorden, want onderwijzen is een complex vak. Wat betreft onderwijsvernieuwingen moét je, vind ik, onderbouwing hebben. Heb je dat niet en verander je een heel systeem op basis van wat je denkt dat werkt? Dan experimenteer je met een generatie kinderen.
Het houdt dus ook in dat we docenten gaan scholen in hoe mensen leren, zodat ze bewust keuzes kunnen gaan maken voor een didactische aanpak. Mag groepswerk nog? Tuurlijk, maar in welke situaties werkt het wel en in welke niet? Mogen leerlingen nog een probleem oplossen?
Natuurlijk, als je maar eerst de kennis hebt onderwezen … (hier schrijf ik in een ander blog nog wel meer over).
M.a.w. we vragen onze docenten naar het “waarom” achter hun keuzes.

2. Cultuur op school
In plaats van afhankelijk te zijn van een “goede lichting”, gaan we ervoor zorgen dat wij die goede lichting zelf kneden. We gaan dus niet wachten tot de kinderen bepaald gedrag vertonen om vervolgens te kijken hoe we gaan reageren. Nee, we gaan hen in detail aanleren hoe wij verwachten dat ze zich gedragen. Dat doen we in het begin in een introductieweek waarbij we alle routines oefenen. Hoe kom je een lokaal binnen? Hoe zit je in de les? Wat zit er in je etui? Hoe deel je papier uit? Hoe loop je op de gang? (ook hier komt nog een afzonderlijk blogje over)

3. Focus op kennisoverdracht
Kennis ligt aan de basis van alles. Wat je weet bepaalt wat je ziet. We leren onze leerlingen niet “probleemoplossend denken” of “creatief” zijn, want zonder kennis, kun je dit überhaupt niet. Om creatief te zijn, moet je de regels van het spel kennen, zodat je ze kunt breken.
Kennisoverdracht is niet het enige, we gaan ook uit van beheersingsleren. We behandelen niet meer verplicht hoofdstuk 1 en 2 in periode 1 om het vervolgens te toetsen en achter ons te laten. We gaan pas verder als de leerlingen het snappen. We werken in de loop van het jaar formatief en in de 3 toetsweken wordt telkens álle voorgaande leerstof getoetst. Dat wil dus zeggen dat de leerlingen op het einde van het jaar een toets krijgen over alles dat ze hebben geleerd. Ook hierover komt nog een apart blogje.

4. Tijdsinvestering vs. leerrendement
We stoppen met het opleuken van de lessen door al die hippe activerende werkvormen. Een docent is daar vaak lang mee bezig en het leereffect is vaak minimaal (laat ons zeggen, het kan effectiever).
Ook cursussen, scholingen die er normaal doorheen fietsen, doen we niet meer. Alles staat in het teken van ons project en dus ook onze scholingen.
We hebben bv. al een lezing gehad van Erik Meester en binnenkort verwelkomen we Tim Surma op school. Bijna al onze docenten van leerjaar 1 waren aanwezig bij ResearchED in Nijkerk en de maandag na dit event kregen onze docenten een scholing over Dual Coding. Dus alles staat in het teken van goed lesgeven.

Elk van de bovenstaande puntjes zal ik uitwerken in een afzonderlijke blog, eerst maar eens kijken hoeveel mensen dit lezen :D.

Na de presentatie voor de collega’s konden mensen zich aanmelden voor het eerste jaar. Het bleek dat eigenlijk alle collega’s het systeem wel zagen zitten (op enkele na) en er hadden zich uiteindelijk voldoende docenten aangemeld om te kunnen starten in leerjaar 1.

Het was het begin van een heel leerproces waar we nu uiteraard nog volop in zitten. De docenten die les zouden geven in leerjaar 1 krijgen trainingen over effectieve leerstrategieën, cognitive load theory, gedrag in de klas én uiteraard ons gedragssysteem waar we werken met merits en demerits.

Ik neem jullie graag mee op deze reis! In het volgende blogje ga ik eerst en vooral in op het neerzetten van een cultuur op school. Hierbij zal ik ook uitleggen hoe ons gedragssysteem werkt.

Om vast even een tipje van de sluier op te lichten. We zijn ondertussen 5 maanden ver met klas 1. De resultaten zijn héél goed, het gedrag van de leerlingen is ook héél goed. We hebben misschien toevallig een “goede lichting”, maar daar geloof ik niet in. Onze lessen zijn super rustig en de docenten kunnen zich volop focussen op het lesgeven (interactief!). Er wordt veel geleerd en om even een voorbeeld te geven… het gemiddelde van klas 1 voor het vak Engels was 7,6 bij een norm van 80% = 6. En Engels was heus niet het enige vak waar zo ontzettend goed gescoord werd.

Volgen jullie het verhaal mee?