Een functioneel handschrift voor ieder kind

De uitgangssituatie, de docent slaakt vast een diepe zucht

Elke leraar heeft wel een leerling in de klas die een handschrift zoals hierboven heeft, misschien zelfs nog erger. Proefwerken nakijken, zeker als er veel open vragen in staan, wordt een helse klus. Maar het is niet enkel vervelend voor de leraar, of voor degene die het moet lezen, het is nog veel vervelender voor de leerling zelf. Sommige kinderen zullen er misschien niet veel om geven dat ze zo schrijven, maar de meerderheid wil graag beter kunnen schrijven, ze hebben alleen nooit geleerd hoe.

Een leerling die niet goed kan schrijven, begint al met achterstand aan het leven. Ondanks ons digitale tijdperk is goed kunnen schrijven niet gewoon een basisvaardigheid, het is een leervoorwaarde. Dat betekent dat het zonder die vaardigheid onmogelijk is om alle andere vakken te leren. Dit zal ook niet veranderen, want goed kunnen schrijven biedt veel voordelen, of het nu op een tablet is of op een blad papier.
Je kunt bv. beter schrijvend leren dan typend, lees er ook meer over in dit stuk “Typen of schrijven” van Paul Kirschner. Wanneer je schrijft is er namelijk een diepere verwerking van de stof.

Uit onderzoek is ook gebleken dat onregelmatig geschreven handschriften onbewust een lager cijfer opleveren dan regelmatig geschreven handschriften, ook al is het resultaat inhoudelijk in orde.[1]

Bij één van de online ResearchED events keek ik met veel interesse naar de lezing van Ben Hamerling over handschriftonderwijs (echt kijken hoor!). Deze lezing stond hoog op mijn lijstje, aangezien we steeds meer leerlingen hebben op school die slecht of totaal onleesbaar schrijven.
Onze school heeft als uitgangspunt “Élk kind kan leren.” Dat geldt niet gewoon puur voor de vakken die ze hebben, het geldt ook voor de vaardigheden zoals lezen en schrijven. We werken op onze school evidence-informed, dat wil dus ook zeggen dat we onze aanpak willen kunnen onderbouwen. Er zijn genoeg commerciële partijen die remediërende hulp aanbieden, maar toch heb ik nu ook een leerling die ondanks al die hulp in het PO (en extra kosten) nog steeds geen leesbaar handschrift heeft.

Ik was dus ook benieuwd wat betreft het schrijven. Mijn insteek was ook dat élk kind kan schrijven, echter heb ik wel een aantal hardnekkige klanten. Jammer genoeg heb ik niet voldoende kennis om ze bij te spijkeren. Ik denk dat er in het VO sowieso weinig kennis is over handschriftonderwijs. Maar… de lezing van Ben bracht me op het juiste spoor.

Zo was ik eigenlijk al blij te horen dat kunnen schrijven niks te maken heeft met dyslexie. Dat was dus al één mythe die naar de prullenbak verwezen kon worden. Dit hoor je toch vaak, niet? Hij heeft een slecht handschrift wánt hij heeft dyslexie. Wel, die twee hebben niks met elkaar te maken.
Ook begeleiding door een fysio is zinloos, aangezien die mensen geen kennis hebben over de vormgeving van de letters. (Tenzij je hebt over Marjolein Zwik, zij heeft haar pabo-diploma en een master, maar is oorspronkelijk …fysiotherapeut. Lees hier een artikel van haar over “De noodzaak van doelgericht handschriftonderwijs” )

Samengevat, Ben Hamerling liet in de lezing duidelijk blijken dat élk kind kan leren schrijven en dat was natuurlijk wat ik ook graag wilde horen…en uiteindelijk ook zien.
Ik nam contact op met Ben en hij wilde ons graag laten zien hoe dit aangepakt werd. Samen met zijn collega, Astrid Scholten, zouden ze bij ons op school live 3 leerling bijspijkeren zodat wij ook konden zien hoe dit ging én zodat we zelf ook kennis opbouwden om ook andere leerlingen te helpen.

Corona gooide echter roet in het eten, maar de lockdown bood ook kansen, namelijk om dagelijks thuis te oefenen. Daarom besloten we om zo snel mogelijk een online instructiemoment te regelen voor 3 leerlingen, hun ouders, een collega en ikzelf uiteraard. Het is namelijk de bedoeling dat niet enkel de leerlingen oefenen, ook de ouders en wijzelf oefenen mee. Op die manier ervaren we ook wat de leerlingen ervaren en leren we waar we op moeten letten. Het zorgt ervoor dat we straks, wanneer we dit zelfstandig oppikken, aan de andere kinderen ook de juiste feedback kunnen geven.

In dit blog wil ik jullie een blik bieden op het proces, zodat je hopelijk ook andere leerlingen bij jou op school kunt helpen met hun handschrift i.p.v. hen meteen door te verwijzen naar een therapeut of de handdoek in de ring te gooien en hen alles te laten typen.
Het begint namelijk allemaal bij goed handschriftonderwijs.

Eerst een paar misvattingen uit de wereld helpen
1. Schrijven moet geautomatiseerd worden.

Wie een muziekinstrument bespeelt, weet dat je nooit geautomatiseerd speelt. Je blijft op micro-niveau bijsturen. De neuroloog Margriet Sitskoorn schrijft in haar boek “Het maakbare brein” het volgende:

“Als je blijft trainen raakt het gedrag dat je traint geautomatiseerd.

Dit lijkt een voordeel te zijn, maar er zit ook een nadeel aan. Omdat je gedrag geautomatiseerd raakt voer je er geen controle meer op uit en wordt het maken van aanpassingen moeilijk.

Door de automatisering blijft je kunnen op een bepaald, voor de meeste mensen aanvaardbaar, niveau steken. Een plafond lijkt bereikt te zijn. Mensen zien dit bereikte niveau vaak als het maximaal haalbare en schrijven het uitblijven van verbeteringen over het algemeen toe aan hun genen.

Ericsson en anderen[2] hebben echter aangetoond, dat, om een topniveau te bereiken, het echte werk pas na deze fase begint en dat het eerder bereikte plafond te doorbreken is. Aanleg of geen aanleg. Dit kun je doen door je op zeer gerichte training te storten.”

En die zeer gerichte training is precies wat we zullen doen met de handschriftoefeningen.

2. Oefening baart kunst

Herhaalde oefening is niet de oplossing wanneer je niet voldoende kennis over de vaardigheid hebt. Je kunt dan wel schrijfkilometers maken, wanneer je het niet bewust doet en niet bewust nadenkt over hoe de letters gevormd worden en waar je precies op moet letten wat betreft bv. hoogte, dan zal herhaalde oefening weinig helpen.

Dus: begrepen oefening baart kunst.
Zonder begrip van wat je oefent, oefen je eigenlijk alleen maar slechte gewoontes en word je steeds beter in het slechte.

Een voorbeeld hiervan:

Je ziet hier hoe de letter ‘r’ wordt geoefend zonder echt begrip te hebben. Elke volgende letter is weer een slechtere versie van de vorige.

Hier is alleen uitleg gegeven over de ‘ongeveer-route’ van de letter en het kind weet niks over de vormgevingseisen. Deze (meeste gebruikte) schrijfmethode legt de vormgeving aan de kinderen niet uit. De juf heeft het bij de instructie uiteraard over een ‘golfje’ gehad. Dat gaan de kinderen dan vervolgens ook toepassen, en zo laten ze zelfs dubbele golven zien…want dat is ook een golf.

3. Slecht handschrift is het gevolg van een slechte beweging.

Bij sportbewegingen is het heel normaal dat bewegingen tot in de puntjes worden geanalyseerd. Kijk maar naar atletiek, zwemmen of schaatsen. Bij schrijven of tekenen gaat het niet om de beweging, maar om het resultaat ervan.

Een nadelig gevolg hiervan, en ik was me hier ook niet van bewust, is dat men van mening is dat een fysio- of ergotherapeut de beste oplossing is bij een slecht handschrift. Leerkrachten moet zélf de verantwoordelijkheid voelen om een kind naar een functioneel handschrift te begeleiden en niet het gevoel hebben dat ze bij de het minste of geringste een kind onvermogen kunnen aanwrijven en het doorsturen naar een therapeut. Lees ook het interview van Jan van Tienen met Ben Hamerling in het blad Vice.

Hoe dan wel?

Ben en Astrid ontdekten dat er in de voorgaande eeuwen al heel wat vakmanschap was ontwikkeld door zeer vaardige schrijvers. Van daaruit hebben ze zoveel mogelijk relevante kennis verzameld die nuttig kon zijn in de handschriftdidactiek.

Ze streven ernaar een letter te vormen die je kunt uitleggen:

De letter “k” met duidelijke rechte en gebogen lijndelen

Deze instrueerbare letter is uit allemaal vastgelegde vormgevingseisen samengesteld:

1. Lijneigenschappen: recht of gebogen

2. Vormeigenschappen: de verhoudingen (1:2) van de letterdelen

Een letter wordt dus telkens helemaal doorgesproken aan de hand van deze vormgevingseisen:

Er wordt eerst een analyseletter als voorbeeld gegeven. De lijneigenschappen (recht of gebogen) worden besproken. Waar bevinden zich de rechte lijndelen? Waar bevinden zich de gebogen delen?

Hierdoor krijgen de kinderen ook een onderbouwd competentiegevoel. Dat lukt je met een ‘krul’ of ‘sticker’ nooit. Het lukt wel wanneer ze zelf begrijpen welke factoren de kwaliteit van hun handschrift bepalen.

Bij het leren schrijven (of het oefenen) wordt er gebruik gemaakt van 5 handschriftregels:

1. Uitgevulde rompzone
2. Rechte en gebogen lijndelen waar ze horen
3. Evenwijdige neerhalen (denk bv. aan de letters “m” en “n” 
4. Staande letterrompen (in de juiste verhouding, namelijk 1:2)
5. Gelijkmatige en juiste letterspaties  

Symbolen voor feedback

Hun motto voor effectief handschriftonderwijs is dus: breng kennis over grafische eigenschappen van de lettervorm over.  Deze werkwijze is dus ‘grafo-cognitief’, terwijl de reguliere werkwijze van handschriftmethodes ‘perceptuo-motorisch’ is, waar naar handschrift gekeken wordt als een zichtbaar gemaakte beweging. Bij die benadering is enkel het traject van de letter belangrijk, maar met één traject, kun je vele vormen maken:

De letter “a” kun je, zonder kennis van de vormeigenschappen, op vele manieren schrijven.

Doordat de kinderen zich kunnen concentreren op de vormeigenschappen, wordt onbewust het juiste traject meegenomen en wordt het werkgeheugen veel minder belast, zodat er juist aandacht is voor de lettervormgeving. Kijk hier een filmpje dat ik eerder heb gemaakt, met uitleg over de belasting van het werkgeheugen.

Ben en Astrid hebben in hun methode ‘Schrift’ een accent gelegd op de bovenbouw, omdat het handschriftonderwijs daar nog weinig aandacht krijgt en vaak veranderd is in dodelijk saaie naschrijflessen. De methode biedt uitdagend lesmateriaal en doet een beroep op het ‘willen kunnen’ van zeer diverse onderwerpen, ontwikkeld vanuit vakoverstijgende onderwerpen.

Kies voor verbonden handschrift

Ik zie leerlingen steeds vaker in blokletters schrijven. Dit soort handschrift is vaak heel moeilijk te lezen. Wanneer je een verbonden handschrift gebruikt, worden er woorden geschreven i.p.v. letters. Woorden onderscheiden zich door een spatie, maar, wanneer leerlingen blokletters schrijven, moeten ze zelf ook rekening houden met de juiste letterspatie. Dus er moet een grotere spatie zitten tussen de woorden, dan tussen de letters. Dit is ook een extra belasting voor je werkgeheugen, want het is simpelweg weer een extra factor waar je op moet letten. Je ziet dan ook vaak dat woorden in elkaar doorlopen bij leerlingen die met blokletters schrijven.

De tip die Ben en Astrid dan ook meegeven in hun boek “Handschriftverbetering” is dan ook om eerst te beginnen met verbonden schrift en later het blokschrift aan te leren, aangezien dat uitgaat van dezelfde lettervormgeving.

Gerichte feedback

Een van de principes waar we mee werken in dit traject is minutieus feedback geven. Zowel de leerlingen als wij leveren wekelijks ons oefenwerk in bij Ben en Astrid, vervolgens krijgen we gericht feedback op hoe we het doen en waar we op moeten letten. Dit gaat soms echt over hele kleine zaken die wel belangrijk zijn. Details doen er toe.

Wat je kunt bereiken met gerichte feedback, zie je heel duidelijk terug in onderstaand filmpje van Austin’s Butterfly.

Ik kreeg bv. de volgende feedback terug over hoe ik de letter “m” vorm:

Je ziet dat ik helemaal bovenaan pas uitvoeg, terwijl dit op halve romphoogte moet zijn.

Vervolgens is het uiteraard een kwestie van in de volgende oefensessie aan de slag te gaan met die gerichte feedback. Ik kan je vertellen dat dat soms echt lastig is, omdat, zodra je weer op een ander aspect gaat letten, je terugvalt in je automatisme (zie beperking werkgeheugen). Iets afleren is moeilijker dan het aanleren.
Voor mij is het woord “man” bv. lastig om helemaal correct te schrijven. Dat komt omdat ik hierbij moet letten op het juist uitvoegen bij de letter “m” en “n”, maar ook omdat ik de letter “a” verkeerd vormde. Ik zette namelijk eerst een rondje, om er dan rechts een stokje naast te zetten. Dat was niet de bedoeling en dat hebben Ben en Astrid heel scherp gezien:

De analyse van de letter “a”

Het geven van feedback gebeurt verder aan de hand van tekens, wat dus minder tijd kost dan telkens alles uitgebreid uitschrijven:

Dit is bv. feedback op het werk van mijn collega:

Spreid het oefenen

Net zoals gespreid leren heel effectief is, is gespreid oefenen dit ook. De kinderen (en begeleiders) oefenen 10’ – 15’ per dag. Echter, wanneer ze een letter of woord helemaal perfect schrijven, mogen ze meteen stoppen.

Resultaat

De leerling van wie je het handschrift zag staan bovenin, levert ondertussen zijn huiswerk in met het volgende handschrift:

Na 3 weken oefenen, met gerichte feedback, is dit het handschrift van dezelfde leerling als aan het begin van de blogpost.

De leerling die dit inleverde vertelde me trots dat zijn broer, die een jaar ouder is, nu jaloers is op zijn handschrift en het ook graag wil kunnen. Dat vind ik geweldig om te horen!

Alle 3 de leerlingen maken overigens flinke vorderingen en laten zien dat ook zij ondertussen goed kunnen schrijven. Het zal nog enige oefening vergen om het zich helemaal eigen te maken, maar ze weten ook dat dit niet iets is dat je in een week verandert.

Na enige tijd zullen we ook oefenen met het schrijven op tempo, zodat ze ook leren om dit mooie handschrift aan een hogere snelheid te gebruiken.

Dankwoord

Het is fantastisch te zien hoeveel passie Ben en Astrid hebben voor het vak. Hun overtuiging dat elk kind kan leren schrijven, zie ik terug in bijna elke bericht dat ze me sturen of elk stukje feedback dat ze geven. De voorbije weken hebben we zeer vaak contact gehad via de mail, waarbij Ben en Astrid telkens uitgebreid toelichten hoe iets werkt, waarom het zo werkt en waarom iets bv. niet werkt. Ik heb al die mails uiteraard bewaard en de info hieruit samengebracht in dit blog.

Ik ben ook dankbaar dat Ben en Astrid de tekst van het blog vooraf hebben doorgenomen voor het online verscheen, zodat er niks ontbreekt en zeker geen foutieve informatie meer in staat.

Het is natuurlijk geweldig dat deze 3 leerlingen op de goede weg zijn, maar het doel is om de boodschap te verspreiden dat elk kind een functioneel handschrift kan verwerven, zolang je het maar op de juiste manier aanpakt, dus met kennis van lettervormgeving!

Veel succes!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogposts? (uiteraard he) Abonneer je dan op mijn blog.

Volg me op Twitter voor meer Edutweets: @VerbrugghenGert

Bronnen/ verwijzingen


[1] Ben Hamerling wees me hierop, de bron: * Klein, J., & Taub, D.(2005) The effect of variations in handwriting and print on evaluation of student essays. Assessing Writing, 10 (2), 134-148

[2] Lees het boek “Piek” van Anders Ericsson en Robert Pool

Gepubliceerd door Gert Verbrugghen

Al jarenlang ben ik gepassioneerd door het onderwijs. Ondertussen sta ik al 15 jaar voor de klas (in 2020). De laatste 5 jaar heb ik me met name verdiept in evidence-informed lesgeven, d.w.z. gebaseerd op onderzoek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: